Skip to main content
European Commission logo

Eurydice

EACEA National Policies Platform:Eurydice
België-Vlaamse-gemeenschap:Ontwikkelingen en Actuele Beleidsprioriteiten
Belgium - Flemish Community

Belgium - Flemish Community

7.België-Vlaamse-gemeenschap:Volwasseneneducatie

7.2België-Vlaamse-gemeenschap:Ontwikkelingen en Actuele Beleidsprioriteiten

Last update: 31 March 2026

Historisch overzicht 

Volwassenenonderwijs 

Het ontstaan van het technisch en beroepsgericht volwassenenonderwijs dateert van de jaren vijftig en zestig. Deze onderwijsvorm werd Onderwijs voor Sociale Promotie genoemd. Naargelang de opleiding kon men er een attest, een getuigschrift of een diploma verwerven. De synergie tussen het Onderwijs voor Sociale Promotie en het voltijds secundair onderwijs werd in de jaren zestig en zeventig verder in de wetgeving verankerd. 

In de periode 1970-1980 ontwikkelden zich andere vormen van permanente vorming zoals het alfabetiseringswerk. In 1985 werd een globaler concept met betrekking tot basisvorming geïntroduceerd dat op een vijftal plaatsen op experimentele wijze van start ging. Dit leidde uiteindelijk tot de Centra voor Basiseducatie (CBE) die opgericht werden door het decreet van 12 juli 1990. Deze centra richten zich specifiek op laaggeschoolde en educatief achtergestelde volwassenen en streven naar het aanleren en verbeteren van basiscompetenties die elementair zijn voor het functioneren in en het participeren aan de samenleving. 

Het onderwijs dat volwassenen een tweede kans biedt om een diploma secundair onderwijs te behalen, ontstond in dezelfde periode als de Centra voor Basiseducatie. Lange tijd konden volwassenen dit diploma secundair onderwijs uitsluitend behalen wanneer zij na zelfstudie slaagden voor de examens van de Centrale Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap. Na verloop van tijd ontstonden er echter initiatieven die tot doel hadden volwassenen via een opleiding voor te bereiden op het behalen van het diploma secundair onderwijs, het zogenaamde tweedekansonderwijs. In het decreet van 2 maart 1999 werd de mogelijkheid ingeschreven het diploma secundair onderwijs te behalen via het Onderwijs voor Sociale Promotie aan de Centra voor Volwassenenonderwijs.  

Verzuiling en allerhande economische ontwikkelingen leidden ertoe dat op het einde van de jaren negentig het aanbod van het volwassenenonderwijs ruim, maar uitermate versnipperd was. Er waren te veel kleine centra met een weinig rationeel en onduidelijk geprofileerd aanbod. Het decreet van 2 maart 1999 heeft een aantal ontwikkelingen in het volwassenenonderwijs in gang gezet. Zo werd een belangrijke schaalvergroting doorgevoerd waarbij een grotere autonomie, planmatigheid en professionalisering voorop stonden. Aan de sector werden ook enkele vernieuwende impulsen gegeven, zoals het invoeren van de modularisering en van het gecombineerd onderwijs. Het decreet maakte een ruim toegankelijk aanbod van volwassenenonderwijs mogelijk, wat zorgde voor een verlaging van de drempel om te participeren aan levenslang leren. In 2019 trad een nieuw financieringssysteem in werking dat centra stimuleert om meer in te zetten op kwetsbare doelgroepen en de kwalificatiegerichtheid te verhogen en de CVO aanzet tot verdere schaalvergroting zonder centralisatie van hun aanbod.  

Ondernemersvorming 

De geschiedenis van ondernemersvorming gaat ver terug in het verleden, tot en met de gilden. Het werken met leercontracten was echter het startpunt voor de middenstandsopleiding waarbij een leerling vier dagen per week op de werkplek werd opgeleid en één dag per week in een centrum les volgde.  

Voor zelfstandige beroepen en kmo’s werd reeds in 1947 een officieel kader gecreëerd voor de vorming van ondernemers en de opleiding van jongeren via leercontracten. In 1959 werd een begeleiding door pedagogische adviseurs georganiseerd. Nadien werd deze taak overgenomen door het Instituut voor Voortdurende Vorming van de Middenstand en vanaf 1991 door het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen (VIZO). VIZO werd opgericht als overheidsagentschap. Vanaf 2004 wordt de vorming georganiseerd door het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming – SYNTRA Vlaanderen, dat ressorteert onder de Vlaamse minister bevoegd voor werk. Vanaf 2021 werd ondernemersvorming ondergebracht bij VLAIO (Agentschap Innoveren & Ondernemen), onder de Vlaamse minister bevoegd voor economie. 

Overzicht van de huidige beleidsprioriteiten 

In de Beleidsnota Onderwijs 2024–2029 van de huidige minister van Onderwijs, mevrouw Zuhal Demir, worden de uitdagingen vermeld waarmee het volwassenonderwijs in Vlaanderen wordt geconfronteerd en waaraan de minister wil werken, evenals de bijhorende beleidsprioriteiten.

Het volwassenenonderwijs krijgt in deze beleidsnota een centrale plaats binnen twee grote strategische doelstellingen. Ten eerste wil de minister de verbindende en emanciperende rol van het Nederlands versterken. De focus ligt hierbij (1) op nieuwkomers in het kader van een inburgeringstraject, waarvoor het vereiste taalniveau vanaf 1 september 2027 wordt opgetrokken tot B1-mondeling, en (2) op ouders van schoolgaande kinderen. De gestandaardiseerde NT2-test wordt aangepast naar B1-mondeling en verder kwalitatief verbeterd. De minister wil de centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s) en centra voor basiseducatie (CBE’s) prioritair laten inzetten op cursussen Nederlands, met bijzondere aandacht voor ouders van schoolgaande kinderen. Via een nauwere samenwerking tussen basis-, secundair en volwassenenonderwijs worden taalintegratietrajecten beter op elkaar afgestemd en worden anderstalige ouders vanuit deze samenwerkingen toegeleid naar het NT2-aanbod in het volwassenenonderwijs. Ook wordt bekeken hoe CVO’s en CBE’s blijvend ondersteund kunnen worden in hun aanbod rond NT2, tweedekansonderwijs en functionele geletterdheid. 

Ten tweede wordt ingezet op het verhogen van de participatie aan levenslang leren. CVO’s moeten flexibeler kunnen inspelen op veranderende leervragen, onder meer met diplomagerichte opleidingen, modules die leiden tot arbeidsmarktrelevante beroepskwalificaties en aangepaste inschrijvingsgelden. De samenwerking met VDAB en Syntra wordt versterkt in functie van een rationeler aanbod van arbeidsmarktgerichte opleidingen met een duidelijke toeleidingsstructuur. Bovendien worden de vrijstellingscategorieën voor inschrijvingsgeld hervormd naar een inkomensgerelateerd systeem. Ook hier staat een drempelverlagende aanpak centraal, zodat vooral kortgeschoolden beter de weg vinden naar het volwassenenonderwijs. 

Daarnaast wordt ook de verbinding gelegd met het beleidsdomein economie, en de bevoegde minister. In de beleidsnota economie wordt dit als volgt verwoord: Talent is onze belangrijkste grondstof. Investeren in talentontwikkeling bij zowel jongeren als de actieve bevolking in Vlaanderen draagt bij aan een veerkrachtige economie, innovatie, werkgelegenheid en maatschappelijke vooruitgang. In dit verband is het belangrijk om oog te hebben voor de jobs van de toekomst en de onderliggende opleidingsnoden. Specifieke aandacht gaat hierbij naar STEM- competenties. In het licht van de fusie van de beleidsdomeinen Economie, Wetenschap en Innovatie en Werk en Sociale Economie maken we werk van de afstemming en stroomlijning van de instrumenten en initiatieven voor opleiding, levenslang leren en competentieontwikkeling voor werknemers en ondernemers. Dit ook met het oog op een impactvol opleidingsoffensief voor meer productiviteitsgroei en meer werkbaar werk.