Address
Eurydice Vlaanderen
Departement Onderwijs en Vorming
Afdeling Strategische Beleidsondersteuning
Koning Albert II-laan 15
BE-1210 Brussel
Tel: +322 553 17 69
Email:
ask.secretariaat@ond.vlaanderen.be
Website
http://www.ond.vlaanderen.be/eurydice/
Organisationele aspecten
Aanvangsbegeleiding
Voor de startende leerkracht is aanvangsbegeleiding een recht en een plicht. De aanvangsbegeleiding ondersteunt het tijdelijke personeelslid in het leren beheersen van zijn kerntaken, in de verdere ontwikkeling als professional en in het leren vinden van hun weg in de school als werkplek en lerende organisatie.
Financieel luik
Het schoolbestuur ontvangt jaarlijks bijkomende omkaderingsmiddelen om personeel in te zetten om in hun instelling(en) kwaliteitsvolle aanvangsbegeleiding te organiseren. Deze middelen worden rechtstreeks aan scholen toegekend, samen met de gebruikelijke omkadering.
De aanpak en uitwerking van de aanvangsbegeleiding moet opgenomen worden in het professionaliseringsplan van de school (zie verder).
Professionalisering voor onderwijzend personeel in basis- en secundair onderwijs
De school en haar actoren (leerkrachten, schoolleider(s))
Ook na aanvangsbegeleiding blijft professionele ontwikkeling inherent deel uitmaken van het leerkracht-zijn en is professionalisering in principe een onderdeel van de opdracht van elk personeelslid. Professionalisering wordt breed opgevat, het omvat alle initiatieven waardoor leerkrachten groeien in hun beroepsbekwaamheid.
De leerkracht is zelf de eerste verantwoordelijke voor hun professionalisering en speelt een actieve rol gaande van deelname aan, implementatie in de eigen praktijk tot reflectie over de effecten van professionalisering. Een leerkracht kan initiatief nemen voor (externe) professionalisering, en kan deelnemen mits de goedkeuring van de schoolleider die zorgt voor afstemming tussen de individuele professionalisering van leraren en het schoolbeleid.
De schoolleider is verantwoordelijk om het professionaliseringsbeleid van de school vorm te geven. Het referentiekader onderwijskwaliteit omschrijft de kwaliteitsverwachtingen rond het professionaliseringsbeleid van elke school van gebaseerd op noden, tot het in kaart brengen van effecten van professionalisering. Elke school moet jaarlijks een professionaliseringsplan opmaken dat op samenhangende wijze de professionaliseringsinitiatieven omvat gericht op de competentieontwikkeling van het personeel (incl. directie) en de ontwikkeling van de school als organisatie
Financieel luik
De school ontvangt specifieke middelen om het professionaliseringsplan te kunnen uitvoeren. Ook de aanpak van aanvangsbegeleiding wordt in het plan opgenomen. De middelen die een school ontvangt, worden berekend op basis van het aantal personeelsleden en het onderwijsniveau. Dat betekent echter niet dat leerkrachten steeds recht hebben op een bepaald persoonlijk bedrag. Scholen hebben de autonomie om doordachte keuzes te maken omtrent collectieve en/of individuele professionaliseringsinitiatieven.
|
Professionaliseringsmiddelen per onderwijsniveau 2025 |
|
|
Basisonderwijs |
8.020 |
|
Secundair onderwijs |
9.525 |
|
Deeltijds kunstonderwijs |
257 |
|
Centra voor Volwassenenonderwijs |
358 |
|
Centra voor Basiseducatie |
79 |
|
Centra voor Leerlingenbegeleiding |
180 |
|
|
|
|
Totaal |
19.580 |
Diverse actoren bij de professionalisering
Bij professionalisering speelt het principe van de vrije markt. De instellingen kunnen voor de professionalisering van hun personeel aankloppen bij een professionaliseringsorganisatie naar keuze.
Organisaties kunnen hun professionaliseringsaanbod bekend maken op KlasCement Leermiddelennetwerk.
Er wordt gewerkt aan een kwaliteitslabel voor professionalisering.
De pedagogische begeleidingsdiensten zijn verbonden aan de verschillende onderwijsverstrekkers in Vlaanderen (Katholiek Onderwijs Vlaanderen, GO!, OVSG, FOPEM, POV, VONAC/VOOP, Federatie van Steinerscholen Vlaanderen en IPCO). Zij hebben als opdracht om de beroepsbekwaamheid van de leerkrachten te verwerken en het beleid van scholen, centra en academies te versterken en te bevorderen. Zij worden gefinancierd door de overheid en bieden de meeste van hun begeleidingsinterventies gratis aan de eigen scholen aan.
Daarnaast subsidieert de overheid nog andere professionaliseringsprojecten (die van korte of langere duur kunnen zijn) vb. rond STEM, ICT bootcamps, taalexperten, etc. De organisaties die die professionaliseringprojecten inrichten, ontvangen subsidies waardoor de deelname voor scholen vaak gratis is.
Stimuleringsmaatregelen, ondersteunende maatregelen voor deelname aan professionele ontwikkelingsactiviteiten
Pedagogische studiedagen: De schoolleider in het basisonderwijs kan tijdens het schooljaar pedagogische studiedagen organiseren. Tijdens zo’n dag wordt er met het hele lerarenteam gewerkt rond een thema uit het professionaliseringsplan. Het gaat om maximaal drie halve dagen. Tot en met schooljaar 2025-2026 kon ook in het secundair onderwijs maximaal 1 pedagogische studiedag ingericht worden.
Vervangingen in het basisonderwijs: Wanneer er nood is aan vervanging, bijvoorbeeld wanneer een leraar deelneemt aan een professionaliseringsinitiatief, kan een school in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs een beroep doen op het systeem van korte vervangingen. In dat geval ontvangt de school bijkomende middelen voor het opvangen van kortdurende afwezigheden van personeelsleden aangesteld in het ambt van (kleuter)onderwijzer of leermeester.
Daarnaast kunnen scholen er ook voor kiezen om, zonder gebruik te maken van dit systeem, leerkrachten te laten deelnemen aan externe professionaliseringsactiviteiten. In dat geval voorzien zij intern in de nodige organisatie, bijvoorbeeld door een collega de klas te laten overnemen of door leerlingen tijdelijk over andere klassen te verdelen. De tijd die leerkrachten besteden aan externe professionalisering wordt beschouwd als arbeidstijd.
Compensatie: Aan deelname aan professionalisering zijn geen loonsverhoging of loopbaangerelateerde voordelen verbonden.