Skip to main content
European Commission logo

Eurydice

EACEA National Policies Platform:Eurydice
België-Vlaamse-gemeenschap:Bekostiging permanente vorming
Belgium - Flemish Community

Belgium - Flemish Community

2.België-Vlaamse-gemeenschap:Bekostiging onderwijs

2.3België-Vlaamse-gemeenschap:Bekostiging permanente vorming

Last update: 31 March 2026

Belangrijkste financieringsprincipes

Volwassenenonderwijs (VWO) 

De Centra voor Basiseducatie (CBE’s) en de Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO’s) worden gesubsidieerd/gefinancierd door de overheid. Ze krijgen hun financiering op basis van het aantal gerealiseerde onderwijsprestaties uitgedrukt in financieringspunten op basis van gewogen lesurencursist. De financiering is voor 80% gebaseerd op de input (aantal lesurencursist) en voor 20% op de output (succesvol beëindigde modules). Opleidings-, centrum- en cursistenkenmerken zorgen voor een extra weging. Per succesvol volledig beëindigde opleiding krijgt het centrum extra financiering onder de vorm van een kwalificatiebonus. Voor de aanstelling van leraren ontvangen de CVO's leraarsuren en de CBE's voltijdse equivalenten. Voor de aanstelling van ondersteunend en bestuurspersoneel krijgen de CVO's en de CBE's een puntenenveloppe. Elk centrum heeft recht op één voltijdse functie van directeur. 

De CBE's hebben recht op een werkingstoelage per lesuurcursist. De CVO's krijgen hun werkingsmiddelen op basis van gewogen financieringspunten. De centra moeten minimaal 5% van hun werkingsmiddelen besteden aan kwaliteitszorg en aan de ontwikkeling van leermiddelen.  

Deeltijds kunstonderwijs (dko) 

De academies voor deeltijds kunstonderwijs ontvangen een lestijdenpakket op basis van het leerlingenaantal geteld op 1 februari van het voorafgaande schooljaar. Bovendien heeft elke academie ook recht op omkadering voor een directeursfunctie en voor administratie, aanvangsbegeleiding en ‘samen school maken’. Daarnaast betaalt de Vlaamse Gemeenschap ook werkingsmiddelen uit. 

Beroepsopleiding VDAB 

De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB) is een Extern Verzelfstandigd Agentschap, dus niet rechtstreeks aangestuurd door de minister (die wel de beleidsprioriteiten vastlegt) maar bestuurd door een Raad van Bestuur. De werking van VDAB wordt grotendeels gefinancierd door de Vlaamse overheid. Daartoe sluit VDAB met de Vlaamse Regering een Beheersovereenkomst af. Naast de dotatie van de Vlaamse Gemeenschap zijn er ook inkomsten van de Europese Unie en uit facturatie aan werkgevers. 

Ondernemersvorming  

VLAIO (Agentschap Innoveren & Ondernemen) is hét aanspreekpunt van de Vlaamse overheid voor alle ondernemers in Vlaanderen. VLAIO stimuleert en ondersteunt innovatie en ondernemerschap en draagt bij aan een gunstig ondernemersklimaat. Dit doen ze in samenwerking met tal van partners. Eén van die partners  is het SYNTRA-netwerk met de 5 SYNTRA-koepels, Zij zijn de belangrijkste actoren voor ondernemersvorming binnen het ecosysteem van ondernemen en innoveren die het levenslang leren van ondernemers en hun medewerkers mee vormgeven. Levenslang leren via de SYNTRA moet de Vlaamse ondernemers in staat stellen om vakmanschap te leren en te behouden, internationaal te concurreren, disrupties het hoofd te bieden én voorloper te zijn in de ontluikende waardeketens rond maatschappelijke transities  zoals onder andere digitalisering, klimaat & energie, en circulaire economie. 

Als actor binnen het VLAIO-ecosysteem geeft SYNTRA mee vorm aan 3 essentiële maatschappelijke transities:   

  • De ondernemende samenleving;  

  • De innoverende samenleving;  

  • Het levenslang leren van de kmo-ondernemer en de kmo-medewerkers.  
     

Bij SYNTRA gaat het vaak om praktijkgerichte opleidingen, maar ook individuele coaching en begeleiding in het kader van een breder opleidingstraject kunnen hier deel van uitmaken. SYNTRA richt zich hierbij op het faciliteren van de professionele ambitie van de cursisten. Ze organiseren geïnstitutionaliseerde opleidingen met diepgang, met een onderbouwd curriculum, dat tot stand komt in samenwerking met het bedrijfsleven en/of sectororganisaties.   

De SYNTRA ontvangen voor het organiseren van de opleidingen financiële steun die is opgedeeld in een inspanningsverbintenis en een outputfinanciering.  

De financiering onder de inspanningsverbintenis is bedoeld voor  

  • De centrale coördinatie in functie van de gezamenlijke aanpak en beheer (excl. Productontwikkeling) 

  • De uitrol van de productontwikkelingsagenda 

  • Het realiseren van een brede instroom  

 
Via de outputfinanciering  ontvangt de uitvoerder een vergoeding per georganiseerde module en een vergoeding voor coaching voor elk effectief uur dat er coaching is gebeurd. 

Landbouwvorming 

Het vormingsaanbod wordt georganiseerd door erkende vormingscentra en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid via het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, Afdeling Ondernemen en Ontwikkelen.  

De subsidie wordt voor 43% gecofinancierd door de Europese Unie vanuit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). De steun aan vormingsplannen is een van de maatregelen in het Vlaams Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) Strategisch Plan 2023-2027 en heeft als doel om de landbouw en de plattelandsgebieden te moderniseren door kennisstimulering en -deling, innovatie en digitalisering in de landbouw en de plattelandsgebieden en door bevordering van de benutting daarvan door landbouwers via betere toegang tot onderzoek, innovatie, kennisuitwisseling en scholing. 

De erkende vormingscentra dienen jaarlijks een vormingsplan in waarin wordt aangegeven welke vormingen er gepland worden en welke accenten er in dat jaar gelegd worden. De minister bevoegd voor landbouw keurt de vormingsplannen goed in functie van de beschikbare begrotingsmiddelen. De centra dienen daarna per opleiding een subsidieaanvraag in. Zij ontvangen een forfaitaire werkingssubsidie per dag, al dan niet aangevuld met een vergoeding voor de lesgever. Een opleiding is maar subsidieerbaar als zij aan de subsidievoorwaarden voldoet, zoals bijvoorbeeld een voldoende aantal geldige deelnemers aantrekken. 

Sociaal-cultureel volwassenenwerk 

Via het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk erkent en subsidieert de Vlaamse Overheid sociaal-culturele organisaties binnen de civiele samenleving. Deze organisaties dragen bij aan verbinding, kritisch vermogen, en maatschappelijke verandering. Ze stimuleren participatie en zetten burgers aan tot emancipatie,  onderlinge dialoog en gedeeld burgerschap. Sociaal-culturele organisaties kunnen per vijfjarige beleidsperiode werkingsmiddelen aanvragen. 

Tot de decreetswijziging van 2017 werden deze organisaties opgedeeld in verenigingen, bewegingen en vormingsinstellingen. Hoewel vormingsinstellingen niet meer expliciet benoemd worden, blijft (non-formeel en informeel) leren één van de kernfuncties van de sociaal-culturele sector. Het sociaal-cultureel volwassenenwerk kent vier functies (de gemeenschapsvormende functie, de maatschappelijke bewegingsfunctie, de cultuurfunctie en de leerfunctie. Gesubsidieerde organisaties ontwikkelen hun eigen functiemix bestaande uit minstens twee van deze functies. 

Naast de landelijk gesubsidieerde sociaal-cultureel volwassenenorganisaties ondersteunt de Vlaamse Overheid ook regionale organisaties. Twaalf organisaties zijn actief in één of meer Vlaamse referentieregio’s, waardoor elke burger bij een regionale organisatie terechtkan. Deze organisaties werken samen onder de gemeenschappelijke naam Avansa (voorheen Vormingplus of volkshogeschool). Deze organisaties krijgen een subsidiebedrag per inwoner in hun werkgebied, onafhankelijk van de evaluatie van hun werking. 

Naast het subsidiebedrag dat sociaal-culturele volwassenenorganisaties via het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk ontvangen, hebben zij meestal ook eigen inkomsten (zoals bijdragen van deelnemers en giften) én andere subsidies. Het gaat o.a. om subsidies van andere Vlaamse of federale ministers (als het thema of de doelgroep van de organisatie aansluit bij een ander beleidsdomein) of Europese projectsubsidies. 

Door lerenden betaalde bijdragen

Volwassenenonderwijs (VWO) 

De cursisten die een opleiding volgen in een CBE moeten geen inschrijvingsgeld betalen als zij nog geen diploma van het secundair onderwijs hebben. 

De cursisten die een opleiding volgen in een CVO (secundair volwassenenonderwijs,) moeten een inschrijvingsgeld betalen waarvan het bedrag per lestijd afhankelijk is van het soort opleiding. In bepaalde gevallen  zijn er gedeeltelijke of volledige vrijstellingen van inschrijvingsgeld. Het standaardtarief is 2,25 euro per lestijd. In een beroepsopleiding met een structureel knelpuntkarakter is het tarief 1 euro per lestijd. Voor de algemeen vormende opleidingen die naar een diploma van het secundair onderwijs leiden, voor ondersteunende geletterdheidsmodules en voor opleidingen van bijzondere educatieve noden is het tarief 0,03 euro. Voor de NT2-opleidingen verschilt het inschrijvingsgeld naargelang het niveau van de opleiding: voor richtgraad 1 is het inschrijvingsgeld begrensd tot 180 euro, voor hogere richtgraden 2, 3 en 4 betaalt de cursist 0,60 euro per lestijd. Voor de taalopleidingen en andere opleidingen die minder arbeidsmarktgericht zijn, is het tarief 4 euro per lestijd. Voor deze laatste categorie is er geen verminderd tarief mogelijk. Bij de andere categorieën van opleidingen kunnen volgende cursisten een volledige of gedeeltelijke vrijstelling genieten: 
 

  • personen die aanspraak kunnen maken op het leefloon; 

  • bepaalde categorieën van asielzoekers en ontheemden die tijdelijke bescherming genieten; 

  • gedetineerden die in een Belgische strafinrichting verblijven (maar niet deze met een elektronische enkelband); 

  • werkzoekenden met een inschakelingsuitkering of een werkloosheidsuitkeringen werkzoekenden voor een opleiding binnen een door VDAB erkend traject naar werk; 

  • bepaalde categorieën van mindervaliden en mensen die arbeidsongeschikt zijn; 

Het inschrijvingsgeld is begrensd per opleiding per semester, met een maximum in het secundair volwassenenonderwijs van 200 euro voor opleidingen met een structureel knelpuntkarakter en van 450 euro voor opleidingen met het standaardtarief.  

De CBE's & CVO's mogen verder aan de cursisten uitsluitend kosten aanrekenen voor cursusmateriaal tegen kostprijs. 

Deeltijds kunstonderwijs (dko) 

De opleidingen van het Deeltijds Kunstonderwijs vallen niet onder de leerplicht, bijgevolg moet een inschrijvingsgeld worden betaald. Het tarief voor volwassenen bedraagt 395 euro voor het schooljaar 2025-2026. Er is een verminderd tarief van 168 euro voor bepaalde categorieën volwassenen; deze categorieën zijn veelal gelinkt aan sociale statuten en aan leeftijd (volwassenen jonger dan 25 jaar).  

Jongeren (-18 jaar) betalen 87 euro per schooljaar, met een verminderd tarief van 58 euro als meer leden van eenzelfde gezin zich inschrijven, als ze een bepaald sociaal statuut hebben, of als de jongeren ten laste zijn van een volwassene uit de categorieën volwassenen die voor het verminderd tarief in aanmerking zouden komen. 

Beroepsopleiding VDAB 

Voor niet-werkende werkzoekenden zijn alle opleidingen die door VDAB als passend in het traject naar werk beoordeeld worden gratis.  

De webcursussen van VDAB zijn gratis voor iedereen. Een werknemer die op eigen verzoek een opleiding volgt, betaalt enkel een vergoeding voor didactisch cursusmateriaal. Deze vergoeding bedraagt -naargelang de opleidingscategorie- 35, 55 of 75 euro/dag. Webleercursussen zijn momenteel gratis, zowel voor werkzoekenden als voor werknemers op eigen verzoek. De webleercursussen worden, net als het overige didactisch materiaal van VDAB bovendien gratis ter beschikking gesteld van het onderwijs en niet-commerciële opleidingsverstrekkers. 

Voor werkgevers zijn de betalende opleidingen afgebouwd.  

Ondernemersvorming VLAIO 

De prijzen van langdurige en kortlopende opleiding verschillen naargelang de aard van de opleiding. 

Landbouwvorming 

Inschrijvingen gebeuren via de erkende centra. De centra bepalen zelf hoeveel inschrijvingsgeld zij vragen

Sociaal-cultureel volwassenenwerk 

Voor deelname aan het educatief aanbod van sociaal-culturele volwassenenorganisaties wordt doorgaans een bijdrage gevraagd. Het bedrag ervan wordt bepaald door de aanbieder zelf. 

Financiële ondersteuning voor volwassen lerenden

Opleiding- en sectoroverstijgend 

Om het "levenslang en levensbreed" leren bij volwassenen te stimuleren heeft de overheid verschillende toelagesystemen gecreëerd, vooral het betaald educatief verlof, de opleidingscheques voor werknemers en de KMO-portefeuille-steun voor KMO-ondernemers en zelfstandigen

Het Brussels Betaald Educatief Verlof beoogt de sociale promotie van de Brusselse werknemers uit de privé-sector. Hiertoe krijgen ze extra verlofuren voor de opleidingen die ze in hun vrije tijd volgen of wordt hen verlof toegekend om effectief de lessen bij te wonen als de lesuren met de werkuren samenvallen. De werkgever kan voor de toegekende verlofuren terugbetaling bekomen bij een daartoe opgericht fonds. De gevolgde opleidingen kunnen een professionele finaliteit hebben, zonder dat er een verband moet bestaan met het actueel uitgeoefend beroep, maar ze kunnen ook algemeen vormend van aard zijn. Daarenboven bestaan er ook specifieke regelingen voor de werknemers die zich voorbereiden voor de examens van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap. Voor de Vlaamse werknemers uit de private sector bestaat er een vergelijkbaar systeem van Vlaams Opleidingsverlof, waarbij werknemers op eigen initiatief of op gezamenlijke initiatief (met de werkgever) een opleiding volgen. Deze opleidingen moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen en in dat geval ontvangt de werkgever een gedeeltelijke terugbetaling van de loonkost voor (een gedeelde van) de opleidingsuren.  

Werknemers of interimkrachten, tewerkgesteld op het grondgebied van het Vlaams of het Brussels Gewest, met een arbeidsovereenkomst (of die arbeid verrichten onder het gezag van een persoon aldaar gevestigd) kunnen opleidingscheques aankopen ter waarde van maximum 250 euro per kalenderjaar. Daarmee kunnen zij opleidingen betalen bij een erkend opleidingsverstrekker. De begunstigde zelf dient slechts de helft van het gevraagde bedrag aan opleidingscheques te betalen. Opleidingscheques kunnen enkel gebruikt worden voor loopbaanbegeleiding of voor opleidingen die erkend zijn in het kader van het BEV of die deel uitmaken van een persoonlijk ontwikkelingsplan in het kader van loopbaanbegeleiding.

Wie geen diploma secundair onderwijs heeft krijgt de opleidingscheques zelfs volledig terugbetaald voor: 

  • een opleiding die de kans biedt om een diploma of getuigschrift van algemeen, beroeps- of technisch secundair onderwijs te behalen, 

  • een opleiding erkend in het kader van het BEV en gegeven in een centrum voor basiseducatie of een centrum voor volwassenenonderwijs, 

  • basisopleidingen informatica, 

  • basisopleidingen Nederlands voor anderstaligen

Wie geen diploma hoger onderwijs heeft en een hogere studie wil volgen die langer dan 1 jaar duurt (bachelor, lerarenopleiding of hoger beroepsonderwijs) en meer dan 250 euro onkosten heeft kan per kalenderjaar een extra tussenkomst van 250 euro opleidingscheques krijgen. 

Wie tot een kansengroep behoort en een opleiding volgt in het kader van loopbaanbegeleiding komt in aanmerking voor een extra tegemoetkoming als hij/zij minstens 45 jaar is, kortgeschoold is en erkend is als persoon met een arbeidshandicap of van allochtone afkomst is. 

Ondernemers van KMO's en zelfstandigen kunnen via de KMO-portefeuille steun krijgen voor: 

  • opleidingen die als doel hebben het functioneren van het bedrijf te verbeteren en gegeven worden door een erkende dienstverlener, 

  • advies over ondernemen, 

  • advies over innoveren, 

  • advies over internationaliseren. 

Zij kunnen daarvoor voor 50% gesubsidieerd worden (zelfs 75% voor advies over innoveren) met een maximum van 15.000 euro per jaar. 

Volwassenenonderwijs (VWO) 

Cursisten in het volwassenenonderwijs komen niet in aanmerking voor een school- of studietoelage. Zij kunnen wel Vlaams opleidingsverlof krijgen, maar enkel voor dat deel van de opleiding dat in contactonderwijs wordt gegeven. 

Cursisten die via het volwassenenonderwijs hun diploma secundair onderwijs behalen, ontvangen hiervoor een premie ter waarde van het volledige inschrijvingsgeld. 

Cursisten met een auditieve of visuele handicap kunnen speciale onderwijsleermiddelen (SOL) aanvragen, met name voor het inschakelen van tolken Vlaamse gebarentaal en/of schrijftolken en voor het aanpassen van lesmateriaal (omzetten in braille en grootletterdruk op maat). (Omzendbrief VWO/2009/01). 

Deeltijds kunstonderwijs (dko) 

Sommige opleidingen van het deeltijds kunstonderwijs (o.a.  grafisch ontwerp en illustratie, interactieve media, juweelontwerp/edelmetaal, ...) zijn erkend in het kader van Vlaams Opleidingsverlof. Leerlingen kunnen voor deze opleidingen dus opleidingscheques voor werknemers gebruiken. 

Beroepsopleiding VDAB 

VDAB voorziet voor werkzoekende cursisten naast kosteloze opleidingen nog verschillende soorten vergoedingen: een verplaatsingsvergoeding en kinderopvangvergoeding.  De werkloosheidsuitkering wordt voorzien via de federale Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).

Daarnaast is er vanaf 2026 enkel nog een tegemoetkoming door VDAB bij Leren op de werkvloer in de vorm van een IBO-plus. 

Verder zijn er tal van opleidingssubsidies zowel van de Vlaamse en federale als Europese overheid (inz. via Europees Sociaal Fonds). Daarnaast zijn er nog heel wat maatregelen per beroepssector. Een overzicht daarvan vindt men op de website van VDAB.  
 

Ondernemersvorming VLAIO 

Cursisten die minstens 18 jaar zijn en een stageovereenkomst hebben gesloten waarbij zij een ondernemersopleiding in een SYNTRA-campus combineren met een praktische opleiding in een bedrijf naar keuze, ontvangen een stagevergoeding. Het bedrag is afhankelijk van de vooropleiding. 

Voor initiatieven die zich specifiek richten naar doel- en kansengroepen wordt rekening gehouden met de laagdrempeligheid en het inschrijvingsgeld ten laste van de cursist beperkt door een aangepaste subsidiëring

Sociaal-cultureel volwassenenwerk 

Verenigingen hanteren meestal lagere tarieven voor eigen leden, vormingsinstellingen houden vaak rekening met het (gezins)inkomen en/of de gezins- of werksituatie van deelnemers bij het bepalen van deelnemersgelden. 

Privaat onderwijs 

Niet gesubsidiëerde en niet erkende onderwijsinitiatieven zijn uitermate beperkt. Het Departement Onderwijs en Vorming inventariseert geen gegevens terzake. 

Het gesubsidieerd en erkend vrij onderwijs behandelen we samen met het officieel onderwijs.