Address
Eurydice Vlaanderen
Departement Onderwijs en Vorming
Afdeling Strategische Beleidsondersteuning
Koning Albert II-laan 15
BE-1210 Brussel
Tel: +322 553 17 69
Email:
ask.secretariaat@ond.vlaanderen.be
Website
http://www.ond.vlaanderen.be/eurydice/
2026
Versterking van lerarenopleiding
Voor de legislatuur 2024–2029 wordt verder ingezet op het versterken van de lerarenopleidingen. Het doel is om sterke leraren op te leiden in kwaliteitsvolle en robuuste opleidingen. Daarbij staat centraal dat iedereen met de ambitie om les te geven toegang krijgt tot een sterke en volwaardige kwalificatie.
In het najaar van 2023 ondertekenden de Vlaamse minister van Onderwijs, de Vlaamse Raad van Hogescholen (VLHORA) en de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) een engagementsverklaring. In deze verklaring werd afgesproken dat lerarenopleidingen actief zullen werken aan negen beleidsprioriteiten die in het document zijn opgenomen. De verklaring legt de nadruk op het versterken van de lerarenopleidingen en het aantrekkelijker maken ervan. Deze is hier te raadplegen. Begin 2026 zullen de VLHORA en de VLIR voor het eerst rapporteren over de acties die ze in het kader van de verklaring hebben ondernomen.
Daarnaast voerde de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), in opdracht van de minister van Onderwijs, een studie uit over de versterking van lerarenopleidingen voor het kleuter- en lager onderwijs. De studie kan hier geconsulteerd worden en focust op drie onderzoeksvragen: een versterkt curriculum, partnerschappen tussen lerarenopleidingen en scholen, en een opleidingsspecifiek beoordelingskader.
Lerarenberoep
De Vlaamse Regering neemt verschillende maatregelen om het lerarentekort en uitval aan te pakken, met de nadruk op het behouden van bestaande leerkrachten en het aantrekken van nieuwe leerkrachten door meer maatschappelijke erkenning en betere arbeidsomstandigheden. Om voldoende steun te krijgen, overlegt de Vlaamse Regering met onderwijsverstrekkers en vakbonden. Samen zoeken ze naar concrete manieren om sterke leraren en schoolleiders aan te trekken en te behouden. Er wordt momenteel gewerkt aan de arbeidsvoorwaarden voor de masteropleiding in het basisonderwijs (zie ook 13.1, ECEC).
Daarnaast vermeldt de Beleidsnota 2024-2029 dat startende leraren in hun eerste jaar 80% van hun werktijd zullen kunnen besteden aan lesgeven en andere taken, terwijl 20% wordt gereserveerd voor aanvangsbegeleiding.
Ook de lerarenopleiding zal worden herzien om beter aan te sluiten bij de behoeften van leraren en om drempels voor een vlotte instroom in het onderwijs weg te nemen. Verder worden aanvullende maatregelen uitgewerkt om beleidsmaatregelen uit de vorige legislatuur voort te zetten. Dit omvat onder andere dat zij-instromers tot 15 jaar anciënniteit kunnen laten valideren, een lerarenbonus (waardoor leraren een verminderd lesrooster kunnen krijgen om lesgeven te combineren met een formele lerarenopleiding) en meer flexibiliteit in de inzet van middelen.
Minimumdoelen
In 2025 keurde het Vlaams Parlement nieuwe minimumdoelen voor het gewoon en buitengewoon basisonderwijs goed. Deze doelen zijn geordend volgens vakdisciplines. Ze leggen de minimale vereisten inzake kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes vast voor alle leerlingen. De minimumdoelen worden gefaseerd ingevoerd voor het kleuteronderwijs, het 4de en 6de jaar lager onderwijs. Voor scholen wordt daarbij ondersteuning voorzien.
In de nieuwe minimumdoelen ligt de focus op Nederlands en wiskunde in een kennisrijk curriculum met aandacht voor STEM. Het kennisrijke curriculum zorgt ervoor dat leerlingen hun kennis duidelijk en systematisch kunnen opbouwen.
Een goede kennis van de instructietaal is een belangrijke sleutel om de minimumdoelen te bereiken. Aan het einde van het kleuteronderwijs zijn de minimumdoelen voor Nederlands (woordenschat en luistervaardigheid) en wiskunde (getalbegrip) te bereiken op populatieniveau. De overige doelen voor het kleuteronderwijs zijn na te streven op populatieniveau (zie 14.1). Aan het einde van het basisonderwijs gelden voor Nederlands en wiskunde te bereiken doelen op individueel niveau. De overige doelen voor het lager onderwijs zijn te bereiken op populatieniveau.
Leerlingen die de overstap maken naar het secundair onderwijs zonder de minimumdoelen voor Nederlands te bereiken, kunnen – op beslissing van de klassenraad van de lagere school – verplicht worden om drie bijkomende lesuren Nederlands per week te volgen. Deze extra uren maken deel uit van de bredere strategie ‘Ieder kind taalheld’, die inzet op een sterke beheersing van de instructietaal als fundament voor een kennisrijk en taalrijk curriculum.
Ieder kind taalheld: Nederlands versterken
Met het taalplan ‘Ieder kind taalheld’ wil de Vlaamse Regering de Nederlandse taalvaardigheid van alle leerlingen verbeteren. Het plan bouwt voort op de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs, zet in op effectieve didactiek en verankert rijk Nederlands in alle onderdelen van het curriculum. Het pakket aan maatregelen draagt bij aan gelijke onderwijskansen.
Ieder kind taalheld zet in op de verwerving van de vier geïntegreerde talige vaardigheden (luisteren, spreken, lezen en schrijven) en zal ook het eerdere Leesoffensief (zie infra) in dit bredere taalkader meenemen. Het plan wil de taalvaardigheid van leerlingen versterken via drie pijlers:
-
het professionaliseren van het lager onderwijs
-
het voorkomen en remediëren van taalachterstanden
-
het hervormen van het onderwijs voor anderstalige nieuwkomers.
Het uiteindelijke doel is om elk kind kwaliteitsvol onderwijs te bieden, ongeacht hun socio-economische en persoonlijke achtergrond, en gelijke onderwijskansen te creëren via een sterkere beheersing van het Nederlands. Het combineert taalrijk onderwijs (zoals gerichte professionalisering van leraren, een taalspecialist in elke school en kwaliteitsvolle leermiddelen in alle vakken) met doorgedreven remediëring voor leerlingen die dat nodig hebben.
De aanpak start vanaf het voorschoolse traject (kinderopvang), loopt door vanaf de kleuterklas over het lager onderwijs tot en met het eerste leerjaar van het secundair onderwijs. Tijdens deze periode wordt ingezet op taalrijke versterking (bv. via de professionalisering van de leerkrachten en de aanwezigheid van een taalexpert in elke school, taalrijke lesmaterialen voor alle zaakvakken) en een aanzienlijk luik remediëring voor leerlingen die het nodig hebben.
De remediëring omvat pre-teaching, aparte taalklassen Nederlands voor leerlingen met onvoldoende kennis van de instructietaal om het reguliere curriculum te kunnen volgen, en drie uur extra taalles Nederlands voor wie bepaalde taalvaardigheden nog niet onder de knie heeft.
Het plan bouwt voort op bestaand onderzoek, evidence-informed leermiddelen en ondersteunt de uitrol van het nieuwe kennisrijke curriculum dat afgestemd is op de minimumdoelen.
Voor de ontwikkeling van het brede scala aan interventies zal het Departement Onderwijs en Vorming Vlaanderen samenwerken met een aantal partners, zoals het Vlaams Talenplatform, Leerpunt en de Nederlandse Taalunie. De Taalunie, een intergouvernementele organisatie voor het Nederlands, zal acht fysieke en virtuele modules aanbieden over taalverwerving, remediëring en de link met de nieuwe minimumdoelen.
Vlaamse toetsen
De Vlaamse toetsen zijn gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde toetsen die als doel hebben de interne kwaliteitszorg in scholen te ondersteunen en de onderwijskwaliteit te versterken. Ze worden centraal ontwikkeld door een onafhankelijke academische organisatie van alle Vlaamse universiteiten en twee hogescholen, digitaal afgenomen en verwerkt volgens hoge wetenschappelijke standaarden. De focus ligt op begrijpend lezen in het Nederlands en wiskunde.
Alle leerlingen in Vlaamse scholen zijn verplicht om deel te nemen aan de toetsen. Enkel een zeer kleine groep (leerlingen met een individueel aangepast leerplan, pas aangekomen anderstalige leerlingen en leerlingen in het buitengewoon onderwijs) is hiervan uitgezonderd.
De toetsen bieden waardevolle inzichten op zowel school- als systeemniveau. De resultaten leveren essentiële informatie om leerachterstanden te identificeren en aan te pakken. Door de onderwijskwaliteit te meten en te versterken, dragen de Vlaamse toetsen bij aan meer gelijke kansen. Ze bieden een gestandaardiseerd beeld van leerresultaten, ondersteunen scholen bij het verbeteren van hun onderwijs en helpen beleidsmakers bij het vormgeven van maatregelen die gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen bevorderen.
De Vlaamse toetsen worden afgenomen in het vierde leerjaar, zesde leerjaar, het tweede jaar van de eerste graad secundair onderwijs en het tweede jaar van de derde graad secundair onderwijs. De toetsen worden sinds 2024 afgenomen bij het vierde leerjaar en het tweede jaar van de eerste graad. Het zesde leerjaar volgt in 2026 en het tweede jaar van de derde graad in 2027. Doordat alle leerlingen de toets vier keer tijdens hun schoolloopbaan maken, kunnen de leerwinsten doorheen de schoolcarrière in kaart gebracht worden.
De toetsen zijn laagdrempelig en hebben geen directe gevolgen voor de schoolloopbaan van de leerlingen. Scholen kunnen de resultaten echter wel gebruiken als één van de informatiebronnen tijdens deliberaties. Op schoolniveau worden de resultaten opgenomen als één van de indicatoren die de onderwijsinspectie gebruikt bij de selectie van scholen voor inspectiebezoeken.
2025
Lerarenberoep
Vlaanderen blijft een breed scala aan maatregelen implementeren om het lerarentekort aan te pakken, met de nadruk op het behouden van huidige leraren en het aantrekken van nieuwe, door hun sociale status te versterken en de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Om een breed draagvlak te garanderen onder alle betrokken partijen, worden momenteel gesprekken gevoerd met onderwijsverstrekkers en vakbonden. Deze gesprekken zijn erop gericht om effectieve manieren te vinden om bekwame leraren en schoolleiders te behouden en aan te trekken.
De minister werkt op dit moment al aan de arbeidsvoorwaarden voor de masteropleiding in het basisonderwijs (zie ook 14.1, ECEC). Daarnaast vermeldt de Beleidsnota 2024-2029 dat startende leraren in hun eerste jaar 80% van hun werktijd zullen kunnen besteden aan lesgeven en andere taken, terwijl 20% wordt gereserveerd voor inductieondersteuning. Ook de lerarenopleiding (Initial Teacher Education, ITE) zal worden herzien om beter aan te sluiten bij de behoeften van leraren en drempels voor een vlotte instroom in het onderwijs weg te nemen. Verder worden aanvullende maatregelen uitgewerkt om beleidsmaatregelen uit de vorige legislatuur voort te zetten. Dit omvat onder andere dat zij-instromers tot 15 jaar anciënniteit kunnen laten valideren na 2025, een lerarenbonus (waardoor leraren een verminderd lesrooster kunnen krijgen om lesgeven te combineren met een formele lerarenopleiding) en meer flexibiliteit in de inzet van middelen van primaire naar secundaire processen om de werkdruk van leraren te verlichten.
Leersteun, een aparte organisatie opgericht in 2023, biedt al structurele ondersteuning aan leraren en schoolteams die in hun klas geconfronteerd worden met uitdagingen bij leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.
Minimumdoelen
In 2025 keurde het Vlaams Parlement nieuwe minimumdoelen voor het gewoon en buitengewoon basisonderwijs goed. Deze doelen leggen vast wat alle leerlingen minimaal moeten kennen en kunnen, met een focus op Nederlands, wiskunde en wetenschap en techniek.
Aan het einde van het kleuteronderwijs zijn de minimumdoelen voor Nederlands (woordenschat en luistervaardigheid) en wiskunde (getalbegrip) te bereiken op populatieniveau. Aan het einde van het basisonderwijs gelden voor Nederlands en wiskunde te bereiken doelen op individueel niveau.
Voor leerlingen die aan het einde van het basisonderwijs de minimumdoelen voor Nederlands niet halen maar toch overgaan, plant Vlaanderen een verplichting om wekelijks drie extra lesuren Nederlands te volgen in het secundair onderwijs. Deze drie uur extra bovenop het curriculum zijn een onderdeel van het brede plan Ieder kind taalheld, dat inzet op de kennis van de instructietaal als fundament voor een kennisrijk- en dus taalrijk curriculum.
In haar Beleidsnota 2024-2029 legt de Vlaamse Regering een grote nadruk op taalvaardigheid in de onderwijstaal, het Nederlands.
Plan Nederlands/Ieder kind taalheld
Het Plan Nederlands/Ieder kind taalheld zet in op de verwerving van de vier geïntegreerde talige vaardigheden (luisteren, spreken, lezen en schrijven) en zal ook het eerdere Leesoffensief in dit bredere taalkader meenemen. De aanpak start vanaf het voorschoolse traject (kinderopvang) om dan vanaf de kleuterklas doorheen het lager onderwijs tot en met het eerste leerjaar van het secundair onderwijs zowel in te zetten op taalrijke versterking (bv. via de professionalisering van de leerkrachten en de aanwezigheid van een taalexpert in elke school, taalrijke lesmaterialen voor alle zaakvakken) en een aanzienlijk luik remediëring voor leerlingen die het nodig hebben. De remediëring gaat van pre-teaching, over aparte taalklassen Nederlands voor leerlingen met onvoldoende kennis van de instructietaal om het reguliere curriculum te kunnen volgen, tot 3 u extra taalles Nederlands voor wie bepaalde deelaspecten van het Nederlands niet onder de knie heeft. Het Plan Nederlands/Ieder kind taalheld (2024-2029) baseert zicht op eerder onderzoek (o.a. over professionaliseringsinitiatieven voor leerkrachten in het basisonderwijs), een verscheidenheid aan evidence-informed ondersteuningsmaterialen, en zal op deze manier direct bijdragen aan de implementatie van een nieuw kennisrijk curriculum via de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs.
Voor de ontwikkeling van het brede scala aan interventies zal het Departement Onderwijs en Vorming Vlaanderen samenwerken met een aantal partners, zoals Leerpunt en de Nederlandse Taalunie, een intergouvernementele organisatie voor het Nederlands, die concreet acht (ook virtueel beschikbare) modules zal aanbieden over taalverwerving, remediëring en de link met de nieuwe minimumdoelen.
2024
De maatregelen die in 2023 zijn ingevoerd, zijn in 2024 verder uitgerold. Alle updates en aanpassingen zijn te vinden in de tekst van 2023. Daarnaast worden nieuwe initiatieven die eind 2024 zijn gestart, behandeld onder de kop 2025.
Voor de meest actuele informatie verwijzen we je naar de relevante secties.
2023
Lerarenberoep
De Vlaamse Regering heeft in december 2021 een conceptnota over de herwaardering van het beroep van leraar aangenomen, met een reeks maatregelen om het beroep op korte en middellange termijn aantrekkelijker te maken en het lerarentekort aan te pakken. De in deze conceptnota opgenomen maatregelen zijn erop gericht zowel leerkrachten voor ons onderwijsstelsel aan te trekken - zowel nieuwe aanwervingen als degenen die later in het beroep stappen - als ervoor te zorgen dat degenen die reeds in het onderwijs werkzaam zijn, behouden blijven.
Een eerste reeks kortetermijnmaatregelen is in het schooljaar 2021-2022 in werking getreden. Maatregelen op middellange termijn - fase 2 van de conceptnota over herwaardering - zijn gepland voor het schooljaar 2023-2024. Ten eerste is in Vlaanderen een financiële drempel weggehaald voor zijinstromers die naar het onderwijs willen. Voorgaande privé-ervaring kan gevalideerd worden en daarmee kan er tot 10 jaar geldelijke anciënniteit gekregen worden, zodat zij niet meer aan een startersloon moeten beginnen. Ten tweede kunnen scholen in het basis- en secundair onderwijs vanaf dit schooljaar bij een vastgesteld lerarentekort tot 20% van hun lesomkadering omzetten om daarmee andere profielen aan te stellen die vervolgens de leraren in de klas kunnen ondersteunen. Ten derde is de lerarenbonus ingevoerd waardoor een personeelslid uit het basis- en secundair onderwijs dat nog niet in het bezit is van een pedagogisch bekwaamheidsbewijs en naast zijn onderwijsopdracht een lerarenopleiding volgt, recht heeft op een wekelijkse vermindering van zijn opdracht. Het personeelslid behoudt zijn salaris voor de oorspronkelijke opdracht en krijgt door de vermindering van de lesopdracht ruimte voor die lerarenopleiding. Als laatste loopt sinds maart de communicatiecampagne ‘lesgeven is alles geven’ over meerdere jaren en wordt het door alle stakeholders gedragen. Het zet in op maatschappelijke herwaardering van de leraar en heeft tot doel om zowel nieuwe studenten naar de lerarenopleiding aan te trekken als zijinstromers naar het onderwijs toe te leiden. De eerste resultaten van deze campagne zijn op basis van de cijfers in de lerarenopleiding bemoedigend. Zo maakten vorig schooljaar 4.500 mensen de overstap van de particuliere sector naar het onderwijs: een stijging van +50%.
Om nog meer mensen te overtuigen voor een baan in het onderwijs te kiezen, heeft de minister van Onderwijs een onderwijsambassadeur aangesteld. De onderwijsambassadeur zal maximaal veldwerk doen met schoolbezoeken en inspirerende verhalen vertellen die anderen kunnen motiveren om dit beroep met grote maatschappelijke waarde te kiezen. Zo zullen zij 6e-jaars enthousiasmeren voor de lerarenopleiding en de lerarenbonus promoten bij laatstejaars bachelors en masters.
Commissie van Wijzen
De minister van Onderwijs heeft een commissie van deskundigen (Commissie van Wijzen) ingesteld om maatregelen voor de lange termijn vast te stellen en uit te werken.
Uitgaande van een analyse van de uitgangssituatie zal de commissie van deskundigen een blauwdruk maken voor een modern personeels-, personeels-, professionaliserings- en schoolorganisatiebeleid binnen het onderwijs, inclusief de mogelijkheden op het gebied van digitalisering en duaal leren. Vanuit een omgevingsanalyse zal deze commissie komen tot een blauwdruk voor een modern personeels-, HR- en schoolorganisatiebeleid binnen het onderwijs, waaronder het aantrekken en behouden van talenten en het stimuleren van samenwerking en en differentiatie tussen leraren en binnen teams.
Lerarenbonus
Personeelsleden in het lager en middelbaar onderwijs die nog geen pedagogisch getuigschrift hebben en een lerarenopleiding volgen om een pedagogisch getuigschrift te behalen, hebben met behoud van salaris recht op een lerarenbonus in de vorm van een wekelijkse vermindering van hun opdracht met maximaal 3 uur. De instelling waar het personeelslid de lerarentoeslag opneemt, heeft recht op vervanging volgens de normale vervangingsregels.
Naar een decreet leersteun voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Het decreet leersteun werd op 3 mei 2023 goedgekeurd in het Vlaams Parlement en op 5 mei bekrachtigd door de Vlaamse regering. In het decreet leersteun wordt o.a. het leersteunmodel uitgewerkt, een nieuw model voor ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs.
Het decreet leersteun en het leersteunmodel gaan van start vanaf 1 september 2023. De huidige werkwijze van het ondersteuningsmodel blijft tot het einde van schooljaar 2022-2023 van kracht.
Doelstellingen decreet leersteun
Het is de ambitie van de Vlaamse Regering om ervoor te zorgen dat alle leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen met een maximale leerwinst. Het decreet wil de onderwijskwaliteit verhogen, maar ook werkbaarheid voor scholen en leerkrachten waarborgen.
Het decreet omvat maatregelen op drie domeinen:
- Maatregelen voor het gewoon onderwijs, met focus op een sterke brede basiszorg en verhoogde zorg in de scholen.
- De uitbouw van een duurzaam leersteunmodel voor kwaliteitsvolle leersteun aan scholen voor gewoon onderwijs.
- Maatregelen voor buitengewoon onderwijs met focus op kwaliteit en meer afstemming tussen gewoon en buitengewoon onderwijs.
Oprichting van leersteuncentra
De Vlaamse regering sloot met de onderwijsverstrekkers een protocol af voor de oprichting van de leersteuncentra. Elke onderwijsverstrekker heeft daarin bepaald welke leersteuncentra worden opgericht.
Alle leersteuncentra ontvingen op basis van hun samenstelling en de omkaderingsmechanismen die bepaald zijn in het decreet een overzicht van te verwachten omkadering voor schooljaar 2023-2024. Op basis daarvan kunnen ze de leerondersteuners aanstellen die vanaf volgend schooljaar in de leersteuncentra aan de slag gaan.
Overgang van ondersteuningsmodel naar leersteunmodel voor personeel
Voor ondersteuners die de overstap maken naar het nieuwe leersteunmodel zullen er een aantal zaken veranderen. Zo zullen zij aangesteld worden in een nieuw ambt: het wervingsambt van leerondersteuner of het selectieambt van coördinator. Beide ambten zullen behoren tot de nieuwe personeelscategorie van het leerondersteunend personeel en in beide ambten wordt vaste benoeming mogelijk.
Er komt een voorrangsprocedure voor wie was aangesteld als ondersteuner of voor wie diensten heeft gepresteerd in de voorlopers ervan.
Ondersteuners die een aanstelling krijgen in een leersteuncentrum kunnen genieten van overgangsmaatregelen.
Eindtermen tweede en derde graad vanaf 1 september 2023
Sinds september 2019 worden nieuwe onderwijsdoelen ingevoerd in het secundair onderwijs. Dat verloopt parallel aan de invoering van de modernisering van het secundair onderwijs. Onderwijsdoelen is een overkoepelend begrip waarmee wordt verwezen naar basiscompetenties, eindtermen, eindtermen basisgeletterdheid, ontwikkelingsdoelen, cesuurdoelen, specifieke eindtermen en uitbreidingsdoelen die gelden in het basisonderwijs, secundair onderwijs (ook duaal leren, leren en werken), deeltijds kunstonderwijs, volwassenenonderwijs en hoger onderwijs. Eindtermen zijn minimumdoelen. Ze zijn haalbaar geformuleerd en verduidelijken wat minimaal van onderwijs verwacht wordt. In de nieuwe eindtermen zijn enkele nieuwe inhouden opgenomen zoals financieel-economische competenties en STEM-integratie. Scholen worden aangemoedigd om waar mogelijk met leerlingen ruim boven dit minimum te gaan.
In het schooljaar 2019-2020 gingen scholen in het 1ste leerjaar van de 1ste graad aan de slag met de nieuwe onderwijsdoelen, sinds schooljaar 2020-2021 zijn ze ook van toepassing in het 2de leerjaar van de 1ste graad.
Het Vlaams Parlement keurde op 10 februari 2021 de nieuwe onderwijsdoelen voor de 2de en 3de graad secundair onderwijs goed. De nieuwe onderwijsdoelen voor de 2de graad gaan in vanaf september 2021 en worden – net zoals in de 1ste graad – leerjaar per leerjaar ingevoerd.
De Vlaamse Regering heeft aandacht voor een kwaliteitsvolle implementatie van de nieuwe onderwijsdoelen en onderneemt hiervoor het volgende:
- De oprichting van een onafhankelijke praktijkcommissie. De praktijkcommissie bewaakt de praktische implementatie van de nieuwe onderwijsdoelen van de 2de en 3de graad secundair onderwijs en de haalbaarheid ervan. De praktijkcommissie zal na 1 schooljaar aanbevelingen voor eventuele bijsturingen formuleren voor de eindtermen voor de 2de en 3de graad secundair onderwijs en voor de specifieke eindtermen.
- Een gedoogperiode van 2 jaar voor scholen. Als de nieuwe onderwijsdoelen niet of onvoldoende bereikt of nagestreefd worden, kan dat niet leiden tot een ongunstig advies van de onderwijsinspectie bij de doorlichting.
Voor de nieuwe onderwijsdoelen geldt:
- Alle eindtermen zijn te bereiken.
- De eindtermen basisgeletterdheid moeten door elke individuele leerling bereikt worden op het einde van de 1ste graad, zowel in de A-stroom als in de B-stroom.
- Eindtermen die een attitude aangeven, zijn door de school bij de leerlingen na te streven. De school moet kunnen aantonen dat ze inspanningen levert om de leerlingen die eindtermen te laten bereiken.
- Voor Nederlands zijn in de 1ste graad uitbreidingsdoelen bepaald. Dat zijn extra doelen met een groter abstractieniveau of met een hogere moeilijkheidsgraad die door een bepaalde leerlingenpopulatie kunnen worden bereikt.
- De eindtermen zijn niet langer per vak opgesteld. Het verschil tussen vakgebonden en vakoverschrijdende eindtermen is niet meer van toepassing.
Wanneer de herwerkte specifieke eindtermen goedgekeurd zijn door het Vlaams Parlement, zorgen de onderwijsverstrekkers voor leerplannen. Daarin moeten de eindtermen letterlijk opgenomen zijn. Leerplannen moeten in omvang beperkt zijn. Zo behouden scholen, leraren(teams) en leerlingen voldoende ruimte en autonomie om op basis van hun eigen expertise en passies aan de slag te gaan met de leerstof.
Leerpunt
Om leraren(teams) te versterken om onderwijskwaliteit te realiseren en om leervertraging te remediëren, hecht de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan de opstart en kernwerking van de private stichting Leerpunt. Het Leerpunt zal onder meer een onafhankelijke, toegankelijke en wetenschappelijk onderbouwde kennisbasis over wat werkt op het vlak van didactisch handelen ontwikkelen, rekening houdend met diverse contexten en leermiddelen; en zal deze kennisbasis doorvertalen naar de Vlaamse klas- en schoolpraktijk om leraren te ondersteunen in hun dagelijkse klaspraktijk.
In uitvoering van het relanceplan Vlaamse Veerkracht beslist de Vlaamse Regering om extra te investeren in de versterking van de brede basiszorg en verhoogde zorg in scholen voor gewoon basis- en secundair onderwijs door het toekennen van een subsidie van 6 miljoen euro aan de private stichting Leerpunt. Het reduceren van de leerachterstanden van alle lerenden, in het bijzonder van leerlingen in kwetsbare posities is hierbij een belangrijk speerpunt. Leerpunt moet leraren(teams) versterken in hun didactisch handelen in de klas met het oog op het reduceren van de leerachterstanden.
Digisprong
Met de Digisprong wordt een inhaalbeweging gemaakt op vlak van digitalisering van leren en lesgeven in het leerplichtonderwijs. Het is de ambitie van de minister om de digitale competenties van alle lerenden, van lagereschoolkind tot volwassene, te versterken. Vanuit een sterk Vlaams e-inclusiebeleid, wordt er ook bijzondere aandacht geschonken aan kwetsbare doelgroepen. De maatregelen en acties om afstandsonderwijs te faciliteren, worden gekaderd binnen het relanceplan en het streven naar digitale inclusie.
Er wordt ingezet op 5 fronten voor een versneld digitaliseringsbeleid:
- Een digitaal vriendelijke overheid;
- ICT-infrastructuur;
- ICT-visie en schoolbeleid;
- Digitale leermiddelen;
- ICT-vaardigheden.
Een sterke ICT-infrastructuur en ontwikkeling van een ICT-visie en -beleid van scholen gelden als basisvoorwaarde om te komen tot een digitale versnelling en ontwikkeling van een ICT-visie en -beleid van scholen. Om de ICT-vaardigheden bij leraren en in schoolteams in het leerplicht- en volwassenenonderwijs verder te ontwikkelen, worden bestaande initiatieven versterkt, onder andere via extra gekleurde nascholingsmiddelen en via de financiering van zgn. IT-bootcamps voor leerkrachten en ICT-coördinatoren. We voorzien ook een tool, Digisnap, waarmee leraren hun digitale vaardigheden kunnen inschalen. Deze tool wordt ook gekoppeld aan een nieuwe vormingsdatabank.
De digitale transformatie van het Vlaamse onderwijs is een complex proces. Om de vele diverse acties en projecten in het onderwijsveld vanuit eenzelfde kader te coördineren en te ondersteunen, werd ook een kennis-en adviescentrum opgericht.
Er wordt ook ingezet op de versterking van de rol van ICT-coördinatoren en de transformatie naar ICT-teams in scholen. Er wordt verder nog voorzien in een duurzaamheidsstrategie waarbij scholen verouderde ICT-infrastructuur kunnen laten refurbishen of ontmantelen. Andere elementen die nog in de pijplijn zitten, zijn een visie-traject rond Artificiële Intelligentie in onderwijs en een ondersteuningsprogramma voor cybersecurity.