Skip to main content
European Commission logo
EACEA National Policies Platform:Eurydice
National reforms in school education
Belgium - Flemish Community

Belgium - Flemish Community

13.België-Vlaamse-gemeenschap:Lopende Hervormingen en Beleidsontwikkelingen

13.2National reforms in school education

Last update: 15 September 2026

2026

Vlaanderen hervormt de lerarenopleidingen om de kwaliteit van leraren te versterken  

De Vlaamse Regering heeft een grondige hervorming van de lerarenopleidingen goedgekeurd met als doel de kwaliteit van de lerarenopleiding te versterken en ervoor te zorgen dat afgestudeerde leraren met een sterke en gemeenschappelijke basis van kennis en vaardigheden starten in het beroep. De hervorming introduceert een herzien competentiekader voor kleuter- en lager onderwijs, versterkt het praktijkgedeelte van de lerarenopleiding en voert nieuwe evaluatievereisten in voor studenten in de lerarenopleiding. De vernieuwde opleidingen worden ingevoerd vanaf het academiejaar 2027–2028.   

Een van de belangrijkste wijzigingen is de invoering van een nieuw gemeenschappelijk kader van kerncompetenties voor lerarenopleidingen kleuter- en lager onderwijs. Dit kader bepaalt de minimale kennis, vaardigheden en attitudes waarover alle afgestudeerden moeten beschikken en legt meer nadruk op drie belangrijke domeinen: vakkennis, (vak)didactiek en pedagogiek. Het doel is om toekomstige leraren beter voor te bereiden op de klas- en schoolpraktijk.   

De hervorming versterkt ook de praktijkcomponent van de lerarenopleiding. Hogeronderwijsinstellingen die lerarenopleidingen aanbieden, zullen nauwer moeten samenwerken met scholen, zodat studenten sterker verbonden worden met de dagelijkse klaspraktijk. Daarnaast zullen lerarenopleiders recente ervaring in het onderwijs moeten hebben of deze ervaring moeten opbouwen via professionele stages, zodat de lerarenopleiding nauw blijft aansluiten bij de actuele onderwijspraktijk.   

Een ander belangrijk onderdeel van de hervorming betreft de evaluatie van studenten. De bestaande niet-bindende instaptoetsen worden vervangen door verplichte en bindende toetsen. Alle studenten die starten in professionele bacheloropleidingen kleuter-, lager- of secundair onderwijs moeten aantonen dat ze voldoende Nederlands beheersen. Studenten die worden opgeleid tot leerkracht lager onderwijs moeten daarnaast ook aantonen dat ze voldoende kennis hebben van wiskunde en Frans. Deze toetsen moeten succesvol worden afgelegd voordat studenten aan hun onderwijspraktijk mogen beginnen. 

De Vlaamse Regering verwacht dat de hervormingen zullen bijdragen aan kwaliteitsvollere lerarenopleidingen, startende leraren beter zullen voorbereiden op de klas- en schoolpraktijk en uiteindelijk de onderwijskwaliteit zullen ondersteunen. De vernieuwde opleidingen komen er samen met de stapsgewijze implementatie van de nieuwe minimumdoelen in het leerplichtonderwijs. De implementatie van de nieuwe minimumdoelen begon in schooljaar 2025 – 2026 en zal volledig afgerond zijn in schooljaar 2030 -2031. 

Lerarenberoep 

De Vlaamse Regering neemt verschillende maatregelen om het lerarentekort en uitval aan te pakken, met de nadruk op het behouden van bestaande leerkrachten en het aantrekken van nieuwe leerkrachten door meer maatschappelijke erkenning en betere arbeidsomstandigheden. Om voldoende steun te krijgen, overlegt de Vlaamse Regering met onderwijsverstrekkers en vakbonden. Samen zoeken ze naar concrete manieren om sterke leraren en schoolleiders aan te trekken en te behouden. Er wordt momenteel gewerkt aan de arbeidsvoorwaarden voor de masteropleiding in het basisonderwijs (zie ook 13.1, ECEC).    

Startende leraren zullen in hun eerste jaar 80% van hun werktijd kunnen besteden aan lesgeven en andere taken, terwijl 20% wordt gereserveerd voor aanvangsbegeleiding.    

Ook de lerarenopleiding wordt herzien om beter aan te sluiten bij de behoeften van leraren en om drempels voor een vlotte instroom in het onderwijs weg te nemen. 

Verder zijn aanvullende maatregelen uitgewerkt om beleidsmaatregelen uit de vorige legislatuur voort te zetten. Dit omvat onder andere dat zij-instromers tot 15 jaar anciënniteit kunnen laten valideren, een lerarenbonus (waardoor leraren een verminderd lesrooster kunnen krijgen om lesgeven te combineren met een formele lerarenopleiding) en meer flexibiliteit in de inzet van middelen.    

Minimumdoelen  

In 2025 keurde het Vlaams Parlement nieuwe minimumdoelen voor het gewoon en buitengewoon basisonderwijs goed. Deze doelen zijn geordend volgens vakdisciplines. Ze leggen de minimale vereisten inzake kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes vast voor alle leerlingen. De minimumdoelen worden gefaseerd ingevoerd voor het kleuteronderwijs, het 4de en 6de jaar lager onderwijs. Voor scholen wordt daarbij ondersteuning voorzien.    

In de nieuwe minimumdoelen ligt de focus op Nederlands en wiskunde in een kennisrijk curriculum met aandacht voor STEM. Het kennisrijke curriculum zorgt ervoor dat leerlingen hun kennis duidelijk en systematisch kunnen opbouwen.    

Een goede kennis van de instructietaal is een belangrijke sleutel om de minimumdoelen te bereiken. Aan het einde van het kleuteronderwijs zijn de minimumdoelen voor Nederlands (woordenschat en luistervaardigheid) en wiskunde (getalbegrip) te bereiken op populatieniveau. De overige doelen voor het kleuteronderwijs zijn na te streven op populatieniveau (zie 14.1). Aan het einde van het basisonderwijs gelden voor Nederlands en wiskunde te bereiken doelen op individueel niveau. De overige doelen voor het lager onderwijs zijn te bereiken op populatieniveau.    

Leerlingen die de overstap maken naar het secundair onderwijs zonder de minimumdoelen voor Nederlands te bereiken, kunnen – op beslissing van de klassenraad van de lagere school – verplicht worden om drie bijkomende lesuren Nederlands per week te volgen. Deze extra uren maken deel uit van de bredere strategie ‘Ieder kind taalheld’, die inzet op een sterke beheersing van de instructietaal als fundament voor een kennisrijk en taalrijk curriculum.    

Ieder kind taalheld 

Met het taalplan ‘Ieder kind taalheld’ wil de Vlaamse Regering de Nederlandse taalvaardigheid van alle leerlingen verbeteren. Het plan bouwt voort op de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs, zet in op effectieve didactiek en verankert rijk Nederlands in alle onderdelen van het curriculum. Het pakket aan maatregelen draagt bij aan gelijke onderwijskansen.   

Ieder kind taalheld zet in op de verwerving van de vier geïntegreerde talige vaardigheden (luisteren, spreken, lezen en schrijven) en zal ook het eerdere Leesoffensief (zie infra) in dit bredere taalkader meenemen. Het plan wil de taalvaardigheid van leerlingen versterken via drie pijlers:    

  • het professionaliseren van het lager onderwijs    

  • het voorkomen en remediëren van taalachterstanden    

  • het hervormen van het onderwijs voor anderstalige nieuwkomers.    

Het uiteindelijke doel is om elk kind kwaliteitsvol onderwijs te bieden, ongeacht hun socio-economische en persoonlijke achtergrond, en gelijke onderwijskansen te creëren via een sterkere beheersing van het Nederlands. Het combineert taalrijk onderwijs (zoals gerichte professionalisering van leraren, een taalspecialist in elke school en kwaliteitsvolle leermiddelen in alle vakken) met doorgedreven remediëring voor leerlingen die dat nodig hebben.    

De aanpak start vanaf het voorschoolse traject (0-3 jarigen en kinderopvang) en loopt door vanaf de kleuterklas tot en met het eerste leerjaar, en vanaf dan via trajecten tot het eerste jaar van het secundair onderwijs. Naast deze duurzame aanpak wordt ook ingezet op taalrijke versterking (bv. via de professionalisering van de leerkrachten en de aanwezigheid van een taalexpert in elke school, taalrijke lesmaterialen voor zaakvakken) en een aanzienlijk luik remediëring voor leerlingen die het nodig hebben.     

De remediëring omvat pre-teaching (van de kleuterklas tot en met het eerste leerjaar), aparte Taalheldtaalklassen Nederlands voor anderstalige nieuwkomers en leerlingen met onvoldoende kennis van de instructietaal om het reguliere curriculum te kunnen volgen, en drie uur extra taalles Nederlands in het eerste jaar van het secundair onderwijs voor wie bepaalde taalvaardigheden nog niet onder de knie heeft. Voor alle leerlingen van de lagere school (2de tot 6de leerjaar) wordt remediëring ingebouwd buiten de klasuren, voor zo lang dat nodig is om bepaalde delen van de taal goed te verwerven. Op die manier worden de zogenaamde ‘bijlessen’ voorzien voor alle leerlingen die daar nood aan hebben.  

Het plan bouwt voort op bestaand onderzoek, evidence-informed leermiddelen en ondersteunt de uitrol van het nieuwe kennisrijke curriculum dat afgestemd is op de minimumdoelen.    

Voor de ontwikkeling van het brede scala aan interventies zal het Departement Onderwijs en Vorming Vlaanderen samenwerken met een aantal partners, zoals het Vlaams Talenplatform, Leerpunt en de Nederlandse Taalunie. De Taalunie, een intergouvernementele organisatie voor het Nederlands, zal acht fysieke en virtuele modules aanbieden over taalverwerving, remediëring en de link met de nieuwe minimumdoelen.    

Naar Scholen voor Iedereen 

In november 2025 publiceerde de Vlaamse Regering een consultatienota over inclusief onderwijs, waarmee de langetermijnhervorming naar “scholen voor iedereen” tegen 2040 verder wordt uitgewerkt. De nota bouwt voort op een visienota die in 2025 werd goedgekeurd en op eerdere adviezen van experten. Ze schetst een geleidelijke transformatie van het onderwijssysteem gedurende de komende 15 jaar. Het doel is te evolueren naar een inclusiever model waarin alle leerlingen, ook leerlingen met bijkomende onderwijsbehoeften, onderwijs volgen in gewone scholen met versterkte ondersteuning.  

De hervorming is opgevat als een gefaseerde, systeembrede transitie waarbij de traditionele scheiding tussen gewoon en buitengewoon onderwijs wordt verlaten. Ze wordt gezien als een structurele verandering en niet als een verzameling afzonderlijke maatregelen, met implementatiestappen die doorlopen tot 2040.  

Tegen 2040 is het doel dat alle leerlingen leren in inclusieve “scholen voor iedereen”, waarbij hoge onderwijskwaliteit wordt gecombineerd met ondersteuning op maat voor diverse onderwijsbehoeften. Scholen moeten beter in staat zijn om onderwijs en ondersteuning binnen een gedeelde leeromgeving aan te passen aan de noden van leerlingen.  

De hervorming benadrukt een gezamenlijk ontwikkelde en wetenschappelijk onderbouwde aanpak, waarbij scholen, leraren, leerlingen, ouders en ondersteuningsdiensten betrokken worden om de haalbaarheid en een breed draagvlak te verzekeren.  

De kernprincipes omvatten het behouden van sterke leerresultaten voor alle leerlingen, het verbeteren van de schoolorganisatie en het garanderen van toegankelijke ondersteuning voor personeel en leerlingen. De hervorming legt ook de nadruk op professionalisering, een nauwere samenwerking tussen onderwijs- en welzijnsdiensten en een eerlijke, nodengerichte financiering.  

De transitie zal gefaseerd verlopen tot 2040. De eerste stappen richten zich op een nauwere samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs en op pilootprojecten. In latere fases wordt een volledige systeemverschuiving naar geïntegreerd inclusief onderwijs voorzien, met aangepaste ondersteuningsstructuren in alle scholen.  

Na de consultatiefase worden vanaf het schooljaar 2026-2027 verdere gesprekken met belanghebbenden, experteninput en pilootprojecten voortgezet. De regering zal de hervorming stapsgewijs verder verfijnen met het oog op een volledig inclusief onderwijssysteem tegen 2040.  

Pioniersscholen binnen de hervorming Scholen voor Iedereen  

Als onderdeel van de evolutie naar “scholen voor iedereen” tegen 2040 voert de Vlaamse Regering pioniersscholen in als experimentele projecten om meer inclusieve onderwijsvormen in de praktijk uit te testen. Vanaf het schooljaar 2026-2027 wordt via een specifieke oproep een eerste groep projecten opgestart, met later nog bijkomende rondes.  

Deze projecten brengen scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs, CLB’s en ondersteuningsdiensten samen om te onderzoeken hoe meer geïntegreerde leeromgevingen georganiseerd kunnen worden. Het doel is om de strikte scheiding tussen onderwijstypes te verminderen en meer flexibele ondersteuning te ontwikkelen voor leerlingen met diverse noden.  

Pioniersscholen functioneren als “living labs” waarin nieuwe aanpakken worden getest, zoals multidisciplinaire teams, flexibele ondersteuningssystemen en een nauwere samenwerking met welzijnspartners. Ze onderzoeken ook inclusieve praktijken die minder vertrekken vanuit vaste labels en meer vanuit ondersteuning op basis van onderwijsbehoeften.  

Elk project ontvangt jaarlijks financiering (ongeveer €260.000) en is uitdrukkelijk tijdelijk. De resultaten zullen bijdragen aan toekomstig beleid rond inclusief onderwijs.  

Pioniersscholen vormen een belangrijke stap in de transitie naar scholen voor iedereen. Ze helpen testen hoe gewoon en buitengewoon onderwijs geleidelijk dichter bij elkaar kunnen worden gebracht. De bevindingen zullen bijdragen aan de langetermijnverschuiving naar een inclusiever onderwijssysteem tegen 2040. 

Wijzigingen aan het schooljaar en de klassenraden om de onderwijstijd te verhogen  

Vanaf 1 september 2026 wijzigt in Vlaanderen de organisatie van het schooljaar in het basis- en secundair onderwijs. De wijzigingen hebben tot doel de beschikbare onderwijstijd zo veel mogelijk te benutten en te vermijden dat lessen om organisatorische redenen uitvallen. Door de mogelijkheden om lessen te schorsen te beperken, wil de Vlaamse Regering meer effectieve lestijd voor leerlingen vrijwaren.  

In het basis- en secundair onderwijs kunnen de lessen niet langer worden geschorst voor facultatieve verlofdagen of op de dag na verkiezingen wanneer schoolgebouwen als stemlocatie worden gebruikt. In het basisonderwijs blijven maximaal drie halve pedagogische studiedagen mogelijk, maar kunnen geen bijkomende studiedagen meer worden aangevraagd. De laatste schooldag voor de zomervakantie is een volledige schooldag.  

In het secundair onderwijs kunnen de lessen niet langer worden geschorst voor een pedagogische studiedag of voor administratieve en onthaalformaliteiten bij het begin van het schooljaar. Ook het aantal dagen waarop lessen kunnen worden geschorst voor evaluatie wordt begrensd, rekening houdend met de evaluatievorm en het onderwijstype. De laatste schooldag voor de zomervakantie blijft een volwaardige schooldag.  

Wanneer lessen wegvallen door de afwezigheid of een tekort aan leraren, staat de school in principe in voor een andere invulling van die schooluren. Voor bepaalde leerlingen van de derde graad kan de school beslissen dat zij later naar school komen of vroeger naar huis gaan.  

Daarnaast wordt de regelgeving over de klassenraad versoepeld. De samenstelling van de klassenraad wordt flexibeler en klassenraden kunnen voortaan zowel fysiek als digitaal plaatsvinden.  

De wijzigingen worden toegepast vanaf het schooljaar 2026-2027 en kwamen er na o.a. overleg met de onderwijsvakbonden en de onderwijsverstrekkers in het sectorcomité.  

Goed gedragen  

In november 2025 keurde de Vlaamse Regering het actieplan Goed Gedragen goed, een nieuw beleidsinitiatief gericht op het versterken van positief gedrag, het verbeteren van het schoolklimaat en het verminderen van vroegtijdig schoolverlaten in het basis- en secundair onderwijs.  Het plan introduceert 28 acties die scholen bijkomende begeleiding, vorming en ondersteuning bieden om rustigere, veiligere en meer gestructureerde leeromgevingen te creëren. Het initiatief speelt in op toenemende bezorgdheden rond gedragsproblemen, stijgende schorsingen en uitsluitingen, problematisch spijbelen en de toenemende druk op leraren en schoolteams.  

Het actieplan maakt deel uit van het bredere Vlaamse beleid rond leerlingenbegeleiding en schoolbetrokkenheid. Het vormt een aanvulling op bestaande maatregelen rond vroegtijdig schoolverlaten en leerlingenwelbevinden door specifiek te focussen op preventie, duidelijke gedragsverwachtingen en tijdige interventie. De maatregelen sluiten aan bij de fasen van het Vlaamse kader voor leerlingenbegeleiding en hebben als doel de brede basiszorg en klasmanagementpraktijken in scholen te versterken.  

De Vlaamse overheid benadrukt dat effectief leren een veilige, voorspelbare en ordelijke schoolomgeving vereist. Onderzoek waarnaar de overheid verwijst, toont het belang aan van een sterke basiszorg, met onder meer duidelijke routines, expliciete gedragsverwachtingen en consequente opvolging. Volgens de overheid zijn deze elementen momenteel onvoldoende ingebed in sommige scholen, terwijl scholen steeds vaker melding maken van pesten, agressie, onveiligheidsgevoelens en leerlingen die afhaken van het onderwijs.  

De 28 acties zijn opgebouwd rond drie hoofddoelstellingen. De eerste doelstelling is meer ruimte creëren voor het leerproces door sterker klasmanagement, duidelijkere routines en een consequent gedragsbeleid. De tweede doelstelling is het verbeteren van leerresultaten en het behalen van kwalificaties door ervoor te zorgen dat leerlingen kunnen leren in stabiele en ondersteunende omgevingen. De derde doelstelling is het versterken van de fysieke, emotionele en sociale veiligheid op school door sneller te reageren op pesten, agressie en complexe gedragssituaties.  

De maatregelen worden uitgevoerd binnen de drie fasen van leerlingenbegeleiding: brede basiszorg, verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Binnen de brede basiszorg worden scholen aangemoedigd om duidelijke routines vast te leggen, gewenst gedrag expliciet aan te leren en klasmanagement te versterken. Binnen verhoogde zorg krijgen scholen bijkomende ondersteuning wanneer gedragsproblemen aanhouden of leerlingen intensievere opvolging nodig hebben. Uitbreiding van zorg richt zich op complexe situaties waarbij scholen nood hebben aan externe expertise of crisisondersteuning.  

Vlaanderen breidt toegang tot kwalificaties secundair onderwijs uit voor personen in detentie  

De Vlaamse Regering heeft nieuwe maatregelen goedgekeurd om de onderwijskansen van personen in detentie te versterken als onderdeel van haar bredere strategie om hun re-integratie in de samenleving te ondersteunen. Het initiatief maakt deel uit van het Vlaams Strategisch Plan ter versterking van de re-integratie van personen in detentie (2025-2030) en heeft als doel de toegang tot een kwalificatie van het secundair onderwijs te verbeteren via de Examencommissie Secundair Onderwijs. Om de uitvoering te ondersteunen, worden bijkomende personeelsmiddelen en werkingsmiddelen toegekend aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS).  

Personen in detentie kunnen momenteel een kwalificatie van het secundair onderwijs behalen via Centra voor Volwassenenonderwijs die lessen organiseren in gevangenissen. Binnen de nieuwe regeling zullen personen in detentie hun kwalificatie ook kunnen behalen via examens georganiseerd door de Examencommissie Secundair Onderwijs. Het initiatief richt zich specifiek op deze doelgroep en sluit aan bij de doelstelling om het opleidingsniveau van kortgeschoolde volwassenen te verhogen en hun herintegratie in onderwijs, opleiding en werk te ondersteunen.  

Om deelname mogelijk te maken, zal AHOVOKS examenbegeleiders aanwerven die rechtstreeks in gevangenissen zullen werken. Zij zullen informatie geven over het examensysteem, kandidaten ondersteunen bij inschrijving en studiemateriaal, de examenplanning coördineren, examens begeleiden, resultaten communiceren en samenwerken met gevangenisdiensten, aanbieders van volwassenenonderwijs en andere relevante organisaties. De Examencommissie zal haar werking eveneens uitbreiden door bijkomende examenmomenten te organiseren en examenversies te ontwikkelen die aangepast zijn aan deze specifieke context.  

De Vlaamse Regering heeft een uitbreiding van het personeelskader van AHOVOKS goedgekeurd met zes voltijdse equivalenten: vijf examenbegeleiders en één coördinator. Daarnaast komen er bijkomende werkings- en IT-middelen. De nieuwe regeling wordt operationeel tijdens het schooljaar 2026-2027, met een eerste implementatiefase die loopt tot augustus 2028.  

Het initiatief moet personen in detentie een meer gestructureerd traject bieden om een kwalificatie van het secundair onderwijs te behalen en moet bijdragen aan hun verdere maatschappelijke en arbeidsmarktgerichte re-integratie. 

Vlaamse toesten  

The Flemish tests are standardised, norm-referenced, validated assessments that support schools’ internal quality assurance and strengthen educational quality. They are centrally developed by an independent academic organisation involving Flemish universities and universities of applied sciences. They are administered digitally and processed using scientifically validated standards. They assess Dutch reading comprehension and mathematics and provide insights at both school and system level. The assessment results help identifying and addressing learning delays. By measuring and improving educational quality, the tests aim to promote greater equality of opportunity by providing a standardised picture of learning outcomes, supporting teaching improvement, and helping policymakers to develop measures for fostering equal opportunities for all pupils. 

All pupils in Flemish schools are required to participate in the tests. Only a very small group (i.e. pupils with an individually adapted curriculum, newly arrived non-Dutch-speaking pupils, and pupils in special education) is exempt.  

The Flemish tests are administered in the 4th year of primary education, the 6th year of primary education, the second year of the first stage of secondary education (grade 8), and the 2nd  year of the 3rd stage of secondary education (12th year). At present, the tests are available for the 4th year (since 2024), the 6th year (since 2026) and the second year of the first stage (since 2024). The 2nd year of the 3rd stage will follow in 2027. As all pupils take the tests four times during their school career, learning gain at school and system level can be tracked over time. 

The tests are low-threshold and have no direct consequences for pupils’ school careers. However, schools may use the results as one of the sources of information during class council assessments. At the end of September, schools receive a dashboard that presents and contextualises their results, allowing them to compare with the Flemish average and with a group of schools with a similar composition. The dashboard can inform the internal quality assurance. School results are included as one of the indicators used by the education inspectorate when selecting and evaluating schools. 

 At system level, results are used to inform policy making. The results on the Flemish tests – including results from a pupil questionnaire – are equally used for academic research.  

2025

Lerarenberoep 

Vlaanderen blijft een breed scala aan maatregelen implementeren om het lerarentekort aan te pakken, met de nadruk op het behouden van huidige leraren en het aantrekken van nieuwe, door hun sociale status te versterken en de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Om een breed draagvlak te garanderen onder alle betrokken partijen, worden momenteel gesprekken gevoerd met onderwijsverstrekkers en vakbonden. Deze gesprekken zijn erop gericht om effectieve manieren te vinden om bekwame leraren en schoolleiders te behouden en aan te trekken. 

De minister werkt op dit moment al aan de arbeidsvoorwaarden voor de masteropleiding in het basisonderwijs (zie ook 14.1, ECEC). Daarnaast vermeldt de Beleidsnota 2024-2029 dat startende leraren in hun eerste jaar 80% van hun werktijd zullen kunnen besteden aan lesgeven en andere taken, terwijl 20% wordt gereserveerd voor inductieondersteuning. Ook de lerarenopleiding (Initial Teacher Education, ITE) zal worden herzien om beter aan te sluiten bij de behoeften van leraren en drempels voor een vlotte instroom in het onderwijs weg te nemen. Verder worden aanvullende maatregelen uitgewerkt om beleidsmaatregelen uit de vorige legislatuur voort te zetten. Dit omvat onder andere dat zij-instromers tot 15 jaar anciënniteit kunnen laten valideren na 2025, een lerarenbonus (waardoor leraren een verminderd lesrooster kunnen krijgen om lesgeven te combineren met een formele lerarenopleiding) en meer flexibiliteit in de inzet van middelen van primaire naar secundaire processen om de werkdruk van leraren te verlichten. 

Leersteun, een aparte organisatie opgericht in 2023, biedt al structurele ondersteuning aan leraren en schoolteams die in hun klas geconfronteerd worden met uitdagingen bij leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. 

Minimumdoelen 

In 2025 keurde het Vlaams Parlement nieuwe minimumdoelen voor het gewoon en buitengewoon basisonderwijs goed. Deze doelen leggen vast wat alle leerlingen minimaal moeten kennen en kunnen, met een focus op Nederlands, wiskunde en wetenschap en techniek.  

Aan het einde van het kleuteronderwijs zijn de minimumdoelen voor Nederlands (woordenschat en luistervaardigheid) en wiskunde (getalbegrip) te bereiken op populatieniveau. Aan het einde van het basisonderwijs gelden voor Nederlands en wiskunde te bereiken doelen op individueel niveau.  

Voor leerlingen die aan het einde van het basisonderwijs de minimumdoelen voor Nederlands niet halen maar toch overgaan, plant Vlaanderen een verplichting om wekelijks drie extra lesuren Nederlands te volgen in het secundair onderwijs. Deze drie uur extra bovenop het curriculum zijn een onderdeel van het brede plan Ieder kind taalheld, dat inzet op de kennis van de instructietaal als fundament voor een kennisrijk- en dus taalrijk curriculum. 

In haar Beleidsnota 2024-2029 legt de Vlaamse Regering een grote nadruk op taalvaardigheid in de onderwijstaal, het Nederlands.  

Plan Nederlands/Ieder kind taalheld

Het Plan Nederlands/Ieder kind taalheld zet in op de verwerving van de vier geïntegreerde talige vaardigheden (luisteren, spreken, lezen en schrijven) en zal ook het eerdere Leesoffensief in dit bredere taalkader meenemen. De aanpak start vanaf het voorschoolse traject (kinderopvang) om dan vanaf de kleuterklas doorheen het lager onderwijs tot en met het eerste leerjaar van het secundair onderwijs zowel in te zetten op taalrijke versterking (bv. via de professionalisering van de leerkrachten en de aanwezigheid van een taalexpert in elke school, taalrijke lesmaterialen voor alle zaakvakken) en een aanzienlijk luik remediëring voor leerlingen die het nodig hebben. De remediëring gaat van pre-teaching, over aparte taalklassen Nederlands voor leerlingen met onvoldoende kennis van de instructietaal om het reguliere curriculum te kunnen volgen, tot 3 u extra taalles Nederlands voor wie bepaalde deelaspecten van het Nederlands niet onder de knie heeft.  Het Plan Nederlands/Ieder kind taalheld (2024-2029) baseert zicht op eerder onderzoek (o.a. over professionaliseringsinitiatieven voor leerkrachten in het basisonderwijs), een verscheidenheid aan evidence-informed ondersteuningsmaterialen, en zal op deze manier direct bijdragen aan de implementatie van een nieuw kennisrijk curriculum via de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs. 

Voor de ontwikkeling van het brede scala aan interventies zal het Departement Onderwijs en Vorming Vlaanderen samenwerken met een aantal partners, zoals Leerpunt en de Nederlandse Taalunie, een intergouvernementele organisatie voor het Nederlands, die concreet acht (ook virtueel beschikbare) modules zal aanbieden over taalverwerving, remediëring en de link met de nieuwe minimumdoelen. 

2024

De maatregelen die in 2023 zijn ingevoerd, zijn in 2024 verder uitgerold. Alle updates en aanpassingen zijn te vinden in de tekst van 2023. Daarnaast worden nieuwe initiatieven die eind 2024 zijn gestart, behandeld onder de kop 2025.

Voor de meest actuele informatie verwijzen we je naar de relevante secties.

2023

Lerarenberoep

De Vlaamse Regering heeft in december 2021 een conceptnota over de herwaardering van het beroep van leraar aangenomen, met een reeks maatregelen om het beroep op korte en middellange termijn aantrekkelijker te maken en het lerarentekort aan te pakken. De in deze conceptnota opgenomen maatregelen zijn erop gericht zowel leerkrachten voor ons onderwijsstelsel aan te trekken - zowel nieuwe aanwervingen als degenen die later in het beroep stappen - als ervoor te zorgen dat degenen die reeds in het onderwijs werkzaam zijn, behouden blijven. 

Een eerste reeks kortetermijnmaatregelen is in het schooljaar 2021-2022 in werking getreden. Maatregelen op middellange termijn - fase 2 van de conceptnota over herwaardering - zijn gepland voor het schooljaar 2023-2024. Ten eerste is in Vlaanderen een financiële drempel weggehaald voor zijinstromers die naar het onderwijs willen. Voorgaande privé-ervaring kan gevalideerd worden en daarmee kan er tot 10 jaar geldelijke anciënniteit gekregen worden, zodat zij niet meer aan een startersloon moeten beginnen. Ten tweede kunnen scholen in het basis- en secundair onderwijs vanaf dit schooljaar bij een vastgesteld lerarentekort tot 20% van hun lesomkadering omzetten om daarmee andere profielen aan te stellen die vervolgens de leraren in de klas kunnen ondersteunen. Ten derde is de lerarenbonus ingevoerd waardoor een personeelslid uit het basis- en secundair onderwijs dat nog niet in het bezit is van een pedagogisch bekwaamheidsbewijs en naast zijn onderwijsopdracht een lerarenopleiding volgt, recht heeft op een wekelijkse vermindering van zijn opdracht. Het personeelslid behoudt zijn salaris voor de oorspronkelijke opdracht en krijgt door de vermindering van de lesopdracht ruimte voor die lerarenopleiding. Als laatste loopt sinds maart de communicatiecampagne ‘lesgeven is alles geven’ over meerdere jaren en wordt het door alle stakeholders gedragen. Het zet in op maatschappelijke herwaardering van de leraar en heeft tot doel om zowel nieuwe studenten naar de lerarenopleiding aan te trekken als zijinstromers naar het onderwijs toe te leiden. De eerste resultaten van deze campagne zijn op basis van de cijfers in de lerarenopleiding bemoedigend. Zo maakten vorig schooljaar 4.500 mensen de overstap van de particuliere sector naar het onderwijs: een stijging van +50%.

Om nog meer mensen te overtuigen voor een baan in het onderwijs te kiezen, heeft de minister van Onderwijs een onderwijsambassadeur aangesteld. De onderwijsambassadeur zal maximaal veldwerk doen met schoolbezoeken en inspirerende verhalen vertellen die anderen kunnen motiveren om dit beroep met grote maatschappelijke waarde te kiezen. Zo zullen zij 6e-jaars enthousiasmeren voor de lerarenopleiding en de lerarenbonus promoten bij laatstejaars bachelors en masters.

Commissie van Wijzen

De minister van Onderwijs heeft een commissie van deskundigen (Commissie van Wijzen) ingesteld om maatregelen voor de lange termijn vast te stellen en uit te werken. 

Uitgaande van een analyse van de uitgangssituatie zal de commissie van deskundigen een blauwdruk maken voor een modern personeels-, personeels-, professionaliserings- en schoolorganisatiebeleid binnen het onderwijs, inclusief de mogelijkheden op het gebied van digitalisering en duaal leren. Vanuit een omgevingsanalyse zal deze commissie komen tot een blauwdruk voor een modern personeels-, HR- en schoolorganisatiebeleid binnen het onderwijs, waaronder het aantrekken en behouden van talenten en het stimuleren van samenwerking en en differentiatie tussen leraren en binnen teams.

Lerarenbonus

Personeelsleden in het lager en middelbaar onderwijs die nog geen pedagogisch getuigschrift hebben en een lerarenopleiding volgen om een pedagogisch getuigschrift te behalen, hebben met behoud van salaris recht op een lerarenbonus in de vorm van een wekelijkse vermindering van hun opdracht met maximaal 3 uur. De instelling waar het personeelslid de lerarentoeslag opneemt, heeft recht op vervanging volgens de normale vervangingsregels.

Naar een decreet leersteun voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

Het decreet leersteun werd op 3 mei 2023 goedgekeurd in het Vlaams Parlement en op 5 mei bekrachtigd door de Vlaamse regering. In het decreet leersteun wordt o.a. het leersteunmodel uitgewerkt, een nieuw model voor ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs. 

Het decreet leersteun en het leersteunmodel gaan van start vanaf 1 september 2023. De huidige werkwijze van het ondersteuningsmodel blijft tot het einde van schooljaar 2022-2023 van kracht. 

Doelstellingen decreet leersteun

Het is de ambitie van de Vlaamse Regering om ervoor te zorgen dat alle leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen met een maximale leerwinst. Het decreet wil de onderwijskwaliteit verhogen, maar ook werkbaarheid voor scholen en leerkrachten waarborgen.

Het decreet omvat maatregelen op drie domeinen:

  • Maatregelen voor het gewoon onderwijs, met focus op een sterke brede basiszorg en verhoogde zorg in de scholen.
  • De uitbouw van een duurzaam leersteunmodel voor kwaliteitsvolle leersteun aan scholen voor gewoon onderwijs.
  • Maatregelen voor buitengewoon onderwijs met focus op kwaliteit en meer afstemming tussen gewoon en buitengewoon onderwijs.

Oprichting van leersteuncentra

De Vlaamse regering sloot met de onderwijsverstrekkers een protocol af voor de oprichting van de leersteuncentra. Elke onderwijsverstrekker heeft daarin bepaald welke leersteuncentra worden opgericht. 

Alle leersteuncentra ontvingen op basis van hun samenstelling en de omkaderingsmechanismen die bepaald zijn in het decreet een overzicht van te verwachten omkadering voor schooljaar 2023-2024. Op basis daarvan kunnen ze de leerondersteuners aanstellen die vanaf volgend schooljaar in de leersteuncentra aan de slag gaan. 

Overgang van ondersteuningsmodel naar leersteunmodel voor personeel

Voor ondersteuners die de overstap maken naar het nieuwe leersteunmodel zullen er een aantal zaken veranderen. Zo zullen zij aangesteld worden in een nieuw ambt: het wervingsambt van leerondersteuner of het selectieambt van coördinator. Beide ambten zullen behoren tot de nieuwe personeelscategorie van het leerondersteunend personeel en in beide ambten wordt vaste benoeming mogelijk. 

Er komt een voorrangsprocedure voor wie was aangesteld als ondersteuner of voor wie diensten heeft gepresteerd in de voorlopers ervan.

Ondersteuners die een aanstelling krijgen in een leersteuncentrum kunnen genieten van overgangsmaatregelen. 

Eindtermen tweede en derde graad vanaf 1 september 2023

Sinds september 2019 worden nieuwe onderwijsdoelen ingevoerd in het secundair onderwijs. Dat verloopt parallel aan de invoering van de modernisering van het secundair onderwijs. Onderwijsdoelen is een overkoepelend begrip waarmee wordt verwezen naar basiscompetenties, eindtermen, eindtermen basisgeletterdheid, ontwikkelingsdoelen, cesuurdoelen, specifieke eindtermen en uitbreidingsdoelen die gelden in het basisonderwijs, secundair onderwijs (ook duaal leren, leren en werken), deeltijds kunstonderwijs, volwassenenonderwijs en hoger onderwijs. Eindtermen zijn minimumdoelen. Ze zijn haalbaar geformuleerd en verduidelijken wat minimaal van onderwijs verwacht wordt. In de nieuwe eindtermen zijn enkele nieuwe inhouden opgenomen zoals financieel-economische competenties en STEM-integratie. Scholen worden aangemoedigd om waar mogelijk met leerlingen ruim boven dit minimum te gaan.

In het schooljaar 2019-2020 gingen scholen in het 1ste leerjaar van de 1ste graad aan de slag met de nieuwe onderwijsdoelen, sinds schooljaar 2020-2021 zijn ze ook van toepassing in het 2de leerjaar van de 1ste graad.

Het Vlaams Parlement keurde op 10 februari 2021 de nieuwe onderwijsdoelen voor de 2de en 3de graad secundair onderwijs goed. De nieuwe onderwijsdoelen voor de 2de graad gaan in vanaf september 2021 en worden – net zoals in de 1ste graad – leerjaar per leerjaar ingevoerd.

De Vlaamse Regering heeft aandacht voor een kwaliteitsvolle implementatie van de nieuwe onderwijsdoelen en onderneemt hiervoor het volgende:

  • De oprichting van een onafhankelijke praktijkcommissie. De praktijkcommissie bewaakt de praktische implementatie van de nieuwe onderwijsdoelen van de 2de en 3de graad secundair onderwijs en de haalbaarheid ervan. De praktijkcommissie zal na 1 schooljaar aanbevelingen voor eventuele bijsturingen formuleren voor de eindtermen voor de 2de en 3de graad secundair onderwijs en voor de specifieke eindtermen.
  • Een gedoogperiode van 2 jaar voor scholen. Als de nieuwe onderwijsdoelen niet of onvoldoende bereikt of nagestreefd worden, kan dat niet leiden tot een ongunstig advies van de onderwijsinspectie bij de doorlichting.

Voor de nieuwe onderwijsdoelen geldt:

  • Alle eindtermen zijn te bereiken.
  • De eindtermen basisgeletterdheid moeten door elke individuele leerling bereikt worden op het einde van de 1ste graad, zowel in de A-stroom als in de B-stroom.
  • Eindtermen die een attitude aangeven, zijn door de school bij de leerlingen na te streven. De school moet kunnen aantonen dat ze inspanningen levert om de leerlingen die eindtermen te laten bereiken.
  • Voor Nederlands zijn in de 1ste graad uitbreidingsdoelen bepaald. Dat zijn extra doelen met een groter abstractieniveau of met een hogere moeilijkheidsgraad die door een bepaalde leerlingenpopulatie kunnen worden bereikt.
  • De eindtermen zijn niet langer per vak opgesteld. Het verschil tussen vakgebonden en vakoverschrijdende eindtermen is niet meer van toepassing.

Wanneer de herwerkte specifieke eindtermen goedgekeurd zijn door het Vlaams Parlement, zorgen de onderwijsverstrekkers voor leerplannen. Daarin moeten de eindtermen letterlijk opgenomen zijn. Leerplannen moeten in omvang beperkt zijn. Zo behouden scholen, leraren(teams) en leerlingen voldoende ruimte en autonomie om op basis van hun eigen expertise en passies aan de slag te gaan met de leerstof.

Leerpunt

Om leraren(teams) te versterken om onderwijskwaliteit te realiseren en om leervertraging te remediëren, hecht de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan de opstart en kernwerking van de private stichting Leerpunt. Het Leerpunt zal onder meer een onafhankelijke, toegankelijke en wetenschappelijk onderbouwde kennisbasis over wat werkt op het vlak van didactisch handelen ontwikkelen, rekening houdend met diverse contexten en leermiddelen; en zal deze kennisbasis doorvertalen naar de Vlaamse klas- en schoolpraktijk om leraren te ondersteunen in hun dagelijkse klaspraktijk.

In uitvoering van het relanceplan Vlaamse Veerkracht beslist de Vlaamse Regering om extra te investeren in de versterking van de brede basiszorg en verhoogde zorg in scholen voor gewoon basis- en secundair onderwijs door het toekennen van een subsidie van 6 miljoen euro aan de private stichting Leerpunt. Het reduceren van de leerachterstanden van alle lerenden, in het bijzonder van leerlingen in kwetsbare posities is hierbij een belangrijk speerpunt. Leerpunt moet leraren(teams) versterken in hun didactisch handelen in de klas met het oog op het reduceren van de leerachterstanden.

Digisprong

Met de Digisprong wordt een inhaalbeweging gemaakt op vlak van digitalisering van leren en lesgeven in het leerplichtonderwijs. Het is de ambitie van de minister om de digitale competenties van alle lerenden, van lagereschoolkind tot volwassene, te versterken. Vanuit een sterk Vlaams e-inclusiebeleid, wordt er ook bijzondere aandacht geschonken aan kwetsbare doelgroepen. De maatregelen en acties om afstandsonderwijs te faciliteren, worden gekaderd binnen het relanceplan en het streven naar digitale inclusie. 

Er wordt ingezet op 5 fronten voor een versneld digitaliseringsbeleid: 

  1. Een digitaal vriendelijke overheid;
  2. ICT-infrastructuur;
  3. ICT-visie en schoolbeleid;
  4. Digitale leermiddelen;
  5. ICT-vaardigheden.  

Een sterke ICT-infrastructuur en ontwikkeling van een ICT-visie en -beleid van scholen gelden als basisvoorwaarde om te komen tot een digitale versnelling en ontwikkeling van een ICT-visie en -beleid van scholen. Om de ICT-vaardigheden bij leraren en in schoolteams in het leerplicht- en volwassenenonderwijs verder te ontwikkelen, worden bestaande initiatieven versterkt, onder andere via extra gekleurde nascholingsmiddelen en via de financiering van zgn. IT-bootcamps voor leerkrachten en ICT-coördinatoren. We voorzien ook een tool, Digisnap, waarmee leraren hun digitale vaardigheden kunnen inschalen. Deze tool wordt ook gekoppeld aan een nieuwe vormingsdatabank.  

De digitale transformatie van het Vlaamse onderwijs is een complex proces. Om de vele diverse acties en projecten in het onderwijsveld vanuit eenzelfde kader te coördineren en te ondersteunen, werd ook een kennis-en adviescentrum opgericht. 

Er wordt ook ingezet op de versterking van de rol van ICT-coördinatoren en de transformatie naar ICT-teams in scholen. Er wordt verder nog voorzien in een duurzaamheidsstrategie waarbij scholen verouderde ICT-infrastructuur kunnen laten refurbishen of ontmantelen. Andere elementen die nog in de pijplijn zitten, zijn een visie-traject rond Artificiële Intelligentie in onderwijs en een ondersteuningsprogramma voor cybersecurity.